Fons Heijnsbroek - Schilderijen te koop - moderne, abstracte, kleurrijke, kunst - hedendaagse kunstenaar te Amsterdam




























Schilderijen te koop - moderne abstracte kunst: kleurrijk en betaalbaar

U  vindt op deze website kleurrijke kunst; moderne abstracte schilderijen op linnen en werken op papier in een lijst, alle door mij gemaakt, een hedendaagse kunstenaar, wonend en werkend in Amsterdam.


Modern omdat ik veel om me heen kijk naar de moderne ontwikkelingen in       architectuur, techniek en design en deze in me opneem als mijn visuele eten.

Abstract en intuïtief: ik schilder mijn kunst abstract vanaf 1990, toen ik vanuit landschap-schilderijen tot uitgesproken abstracte vormen en structuren kwam. 


Kleurrijk 
omdat ik het bijna niet kan laten om in mijn schilderijen krachtige kleuren te gebruiken. De intense kleuren van de gifvrije verf die ik gebruik ( van de Lacaux-fabriek in Zwitserland ) helpt me daar bij.   


Te koop en te huur Op mijn atelier in Amsterdam centrum kunt u mijn kunst 'life' bekijken en kopen. U bent welkom. Mijn abstracte kunst is in een aantal landelijke kunstuitleens royaal aanwezig en wordt regelmatig door particulieren en bedrijven gehuurd en aangekocht.


                                                *******************
   


Abstract kunst / intuitieve kunst

Een 'abstract' schilderij maak ik graag groot en expressief. Nog vaker schilder ik kleurrijke gouaches op papier die ontstaan in langere  reeksen en onderling reageren (praten) op elkaar. Ze roepen elkaar als het ware tot leven. Ik vernietig daarbij later veel werk zodat ik de vrijheid behoud om in mijn schilderen te wagen; om met snelle impulsen mee te kunnen gaan tijdens het schilderen.   

Mijn schilderkunst is intuitief; het ontstaat zonder een duidelijk visueel beeld of idee vooraf. Het schilderij groeit tijdens het schilderproces zelf. Toch ontstaan er zo in de loop van de jaren lange herkenbare lijnen in mijn schilderijen; ze laten daardoor veel onderlinge verbanden zien waarin een lijn en ontwikkeling te zien is. Het ene werk roept het andere vaak op. Dat is die prachtige geheimzinnige samenhang die er tussen de kunstwerken onderling te vinden is.... waar de tijd door heen glijdt als een slang.    
 
Mijn verftoets is tamelijk gevarieerd en oogt losjes en vrij direct; ik breng de verf uiteindelijk wel zo op dat er meerdere lagen, en daarmee diepte en ruimte ontstaat in mijn werk.  Veel tijd gaat bij mij zitten in het na-kijken, het achteraf tot me door laten dringen en afwwegen. In de schildertioets is al die tijd niet te lezen. Daarbij is een belangrijk criterium voor mijzelf: de schilderijen die ik maak moeten innerlijke ruimte hebben; ik wil graag dat ze ruimte ademen en dat het ontstane beeld structuur heeft, een constructie, een body.. 

Achteraf valt er bij het na-kijken veel werk af omdat het ontstane beeld mij niet kan overtuigen. Dat is het enige practische criterium wat uiteindelijk betrouwbaar is; dat het schilderij me ter plekke weet te overtuigen, als ik me voor het ding openstelt. Het moet er werkelijk zijn, er zijn met een aanwezigheid en een eigenheid die mij als kijker treft. Dat kan op allerlei verschillende manieren gebeuren, hard, zacht, fel, met een omweg, terloops; maar het dient te gebeuren! 

Met mijn abstracte schilderijen op papier is het meestal meer dan 50 % dat afvalt. Deze werkwijze helpt mij om mij een helder beeld te geven van waar ik mee bezig ben, doordat ik allerlei onderwerpen, structuren, fascinaties, visuele thema's ze duidelijk terug zie komen door het werk heen. Zo kan ik beter zien welke lange lijnen er door mijn werken heen lopen en waar de omslagen liggen. Juist omdat ik zo associatief en spontaan schilder is deze ingebouwde manier van na-kijken: van achteraf veel overwegen en afwegen hard nodig.

Er bestaat voor mij een actieve alchemie tussen mijn abstracte schilder-kunst en mijn ogen, een alchemie die zich uitleeft in de loop van de tijd... 
Het schilderen is voor mij het avontuur dat er beelden uit het ongevormde Niets te voorschijn komen; beelden die mij kunnen fascineren, omdat ze zelfs mij als maker deels ontglippen. Beelden die nieuwe werkelijkheid voor mij scheppen, waarop ik me verder ontwikkel als moderne schilder. Ik hoop dat ze u kunnen boeien.
 
Fons Heijnsbroek


                                                *******************
   

 

De ontwikkelingen in mijn moderne abstracte kunst

Mijn eerste abstracte schilderijen ontstonden vanaf 1990, onder inspiratie en invloed van het Nederlandse landschap en van de oude landschapschilders. Ook abstracte kunstenaars als Gerrit Benner en Bram van Velde waren erg belangrijk voor mij als een inspiratie.

Na 1994 begon de invloed van het polder en duin-landschap minder sterk te worden. ik zocht ik naar op zichzelf staande abstracte beeldvormen en beeldtaal. De structuur en de opbouw van het schilderij werd belangrijk voor me. Natuurlijke atmosfeer en licht, èn de invloed van bomen en bos bleven weliswaar duidelijk aanwezig in deze periode. Dit alles gebeurde uitsluitend op doek; de eerste werken op papier begon ik pas in 1996 te maken..
 
Vanaf 2003 - na een periode van terugvallen op geometrische vormen als bouwstenen voor de compositie van het schilderij - begon ik expliciet open en transparante beeldvormen te schilderen, o.a. onder invloed van wat ik zag in mijn eigen stad Amsterdam - reflecties, de transparanties, de tags op de muren - en in de moderne architectuur met zijn nieuwe transparante materialen.

Vanaf 2007 werd de lijn erg belangrijk en schilder ik tot nu toe nog voornamelijk met gouache-verf op papier.  

Ik houd ervan als een schilderij mij de mogelijkheid geeft 'door zich heen' te laten kijken. Zodat je als kijker door de lagen en onderdelen van een kunstwerk kan dwalen als een vis: de diepte in kan gaan met je ogen.
In die zin benader ik het schilderij als ruimte; voor mij moet er diepte aanwezig zijn, transparantie, gelaagdheid en doorkijk. Van de abstracte kunst die plat moet zijn en geen enkele illussie van diepte mag hebben (Mondriaan, Kelly)  ben ik ver verwijderd.


Fons Heijnsbroek


                                                *******************
   


Abstracte portretten van Psyches en landschappen annex omgeving

Terugkerend thema in mijn werk is de moderne mens en het landschap, allebei in brede zin opgevat. Ik realiseer me meer en meer dat ik vaak psyches schilder. Niet spiritistisch of spiritueel bedoeld, en ook geen zepfportretten, maar veel meer de onzichtbare innerlijke opbouw en uitstraling die elk modern individu heeft op zijn of haar eigen unieke manier. Wij mensen zijn enorm gelaagd en complex van binnen. Daar probeer ik al schilderend vaak uiting aan te geven vanaf ongeveer 2006. Waarbij ik de innerlijke ruimte die volgens mij ieder modern mens in zich heeft wil oprichten of verbeelden. Een indivu is een interne kleine kosmos met oneindige kruisingen en mogelijkheden. In voortdurend contact met omgeving en andere mensen.

Fons Heijnsbroek       



                                                *******************
   

Moderne abstracte schilder-kunst van Fons Heijnsbroek

door J. Homacher


moderne open schilderijen

Fons Heijnsbroek (geboren in 1951) is een Amsterdamse kunstenaar die al sinds 1989 abstract schildert; aanvankelijk vooral op linnen, na 1996 ook met gouacheverf op papier.
Zijn doel is om moderne, open schilderijen te maken met veel energie en vitaliteit. Zijn kunst laat dan ook een voortschrijdende transparantie en openheid zien. Daarbij vermijdt hij bewust om uiting te geven aan de negatieve krachten in het leven. Hij wil komen tot een abstracte schilderkunst die hoop geeft en levenskracht. Zijn werk dient intuïtief de taal van de toekomst te spreken. Heijnsbroek schept daarom graag gecompliceerde visuele beelden, met diverse lagen en interne ruimtes. Hij daagt de toeschouwer uit om vrij door de ontstane ruimte in  het schilderij te zwerven, en daarin zijn of haar eigen weg te bepalen. 

Zijn abstracte en vaak kleurrijke schilderijen ontstaan ter plekke en worden niet vanuit een idee of een beeld-vooraf gemaakt. Heijnsbroek gebruikte aanvankelijk - omstreeks 1990 - nog het Hollandse landschap om tot abstract schilderen te komen. Maar al na enkele jaren ontstaan als vanzelf zijn abstracte schilderijen, vaak met een sterk emotionele uitstraling. Er is in zijn schilderkunst desondanks een blijvende verwantschap te ervaren met de atmosfeer van het Nederlandse land, lucht en water, waar hij zo van houdt.

Fons Heijnsbroek heeft een spontane, directe stijl van schilderen met een impulsieve verfopbreng, afgewisseld met pauzes van langdurig kijken. Veel van zijn gouaches vernietigt hij achteraf alsnog, omdat ze niet voldoen. Dit vernietigen van zijn werk is in de loop der jaren tot kern van zijn algehele werkproces gegroeid; het creëert voor hem de mogelijkheid om ter plekke het ‘moment zelf’ in zijn werk te laten binnenkomen.
   
Na 2007 begint onder invloed van Albert de Wilde en Paul Werner de lijnvoering van Heijnsbroek grotere vrijheid te krijgen, met name in zijn gouaches. De lijn is bij Heijnsbroek al gauw organisch, maar wordt nu warrig en zelfs agressief, om zo nieuw schildersgebied te ontsluiten. Soms scheurt het papier en opent zich aldus letterlijk een nieuw terrein.  Zijn wilde lijnen willen voortdurend in beweging blijven, zonder een doel te bereiken; ze verweren zich zo tegen de vaste vlakken en vormen. Moderne abstracte schilderkunst betekent voor Fons Heijnsbroek ‘onderweg zijn’.


Vanaf 2006 begon bovendien een andere stap in het loslaten van zijn eigen identiteit; er groeide vanaf die tijd een intensieve en langdurige schilderrelatie met zijn collega Ben Vollers. De twee schilders schilderen en reageren ter plekke op elkaar in één groot schilderij. Dialoog in beeld en verf! Er ontstaan zo al doende reeksen van grote, expressieve schilderijen. Beide kunstenaars zijn krachtig en direct; hun optie is om te komen tot integratie van hun impulsen binnen het schilderij.   


Jean Homacher


                                                *******************
   


een aantal recente citaten en werknotities van mijzelf over mijn eigen abstracte kunst



2008:
Het maken van kunst is een alchemistisch proces, in die zin dat wat je maakt weer een terugwerking moet hebben op jezelf als kunstenaar. Daarom is het nodig dat het schilderij voorbij het persoonlijke gaat, of dat het desnoods samenvalt met mij; als een verduidelijking of een verheldering die me verder drijft.


2008:
Dat is het kwetsbare van de zuiver abstracte kunst;  (en dus ook voor mij:), hoe behoudt je de expressie, het leven erin? De levensadem van het aardse is immers weggevallen als je niet langer de wereld wil weergeven. Die vraag komt telkens bij mij terug, voorheen in mijn angst en voorgevoel dat zuivere abstracte kunst ook doodse kunst zou zijn. De laatste tijd komt de vraag anders naar boven: wat is de levende bron van de expressivitei? Van waaruit wordt die kracht opgeroepen en aangevuurd? Maar vooral: hoe wordt het levende aspect ervan tijdens het schilderen zelf in leven gehouden?

 

2008:
Sowieso is het schilder-ding dat uit mij ontstaat altijd groter dan ik zelf, omdat de dingen van buiten zich erin zitten. Maar daarmee ontstaat er de noodzaak om dit grotere, dit wijdere te kunnen onderkennen in het door mij gemaakte schilderij. Dat laatste gebeurt bij mij eigenlijk in het directe maken, via een nog vaag voorgevoel dat ’er iets aan de hand is’, dat er iets speelt. Op grond daarvan kan ik het erin proberen te houden, het niet eruit schilderen, om zo dit geluid te behoeden voor vernietiging. En dat biedt me de gelegenheid om later via het kijken en ondergaan het nieuwe erin te onderkennen.  


2008:
 
Het is in deze moderne tijd zo fascinerend da we in het lichaam gaan kijken en ook in de diepzee, en dat we daarmee heel andere visuele gezichten van de organische natuur naar ons toe krijgen. Daar moet ik echt op bedacht zijn, om dat te willen herkennen in mijn eigen schilderijen.  


2008: briefragment:
Met wat in mijzelf kan ik naar het onvoorspelbare kijken, naar het nieuwe? Er is iets dat in mij de adem doet stokken als ik naar iets kijk wat de kaders van mijn herinneringen doorbreekt die ik in mij draag. Dat heb ik bij veel dagelijkse beelden in de stad, en dat had ik ook in jouw doeken die ik van de zomer zag, Herman. Dat mij de adem wordt benomen omdat ik op de één of andere manier ervaar - en in ieder geval heel zeker weet - dat er een visuele doorbraak plaatsvindt in me.
Ik had deze ervaring vroeger al vaak bij de schilderijen van Soutine en bij het werk van Willem de Kooning in het Stedelijk Museum Amsterdam. Niet bij alle, maar er waren een paar schilderijen van De Kooning die veel weerzin bij me opriepen, maar die ik toch telkens opzocht (dat is het voordeel van een museum dat zijn vaste collectie eert!) en dan lang met mijn ogen eraan bleef ‘hangen’. Dan ineens kon er dat moment komen dat ik het ‘zag’, waarbij dan de adem me werd benomen, en dat er meteen daarop iets in mij insloeg.

 

 

2008:
In een aantal waterlelie-schilderijen trekt Monet de kleuren radicaal uit elkaar. Ze komen als je met je neus erop kijkt zo ver uit elkaar te liggen dat ze hun onderlinge verbinding bijna verliezen. De onderlinge band is niet sterk genoeg. Dat is een totaal andere manier van met kleuren omgaan dan Matisse / Picasso die zich voor de vraag gesteld zagen hoe je de kleurvlakken zo in het doek weet te integreren dat ze niet te zelfstandig worden. De subtiliteit van de lijn en de omtrek was daarin doorslaggevend. Niet bij Monet. Moet moest juist andersom inspanning doen om al de lijnen en vegen tot een vlak te dwingen, wat hem gelukkig meestal nauwelijks lukte.
Ik doel hier niet op de tegenstelling impressionisme – expressionisme; ik doel hier op de vraag hoe kleur bestaat en zich neer dient te zetten in het leven.


2008:

Het ongevormde zit nog niet in het leven, omdat het eerst een vorm moet vinden die in het leven werkzaam wordt. Ik geloof niet dat het de bedoeling is dat de vorm slechts als een vorm rond blijft dwalen. Een vorm moet actief zijn, hij werkt in. Mensen kijken naar mijn of jouw schilderij, en dan moet er iets bij hen gebeuren. Daarin juist heb ik iets te betekenen als kunstenaar. Daarin kan ik iets nieuws aanbieden, en hopen dat het opgepakt wordt. Daar ligt dan ook mijn verantwoordelijkheid: wat breng ik dan wel in? Ik sta op de grens tussen het Niets en de al bestaande vormen in het schilderij. Ik ben degene die tot een vorm besluit, of deze werkzaam kan worden of niet.


                  **********************************





Kunst-denksels over Abstracte Kunst

In onderstaande 'Kunstdenksels' schreef ik van 2002 tot 2004 over allerlei onderwerpen waar ik tegen aanliep, in verband met het maken en overdenken van de kunst die ik zelf maak. Het zijn korte stukjes waarin ik de vrijheid neem om 'hardop' te praat-schrijven en zo grote betogen over de moderne kunst of mijn eigen abstracte kunst te vermijden.

Kunst-denksel nr. 9 over abstracte moderne kunst (2004)

Achter de dingen

Abstract schilderen zou logica kunnen zijn, logica van het zijn van de beelden. Ik bedoel niet dat het ons meteen wijzer zou moeten maken over het hoe van de beelden; allereerst gaat het om de erkenning van hun bestaan. Het woord logica is dus eigenlijk fout, dat weet ik. Maar om hier een begrip als ontologie te gaan gebruiken, dat geeft teveel zwaargewicht aan alles. Logica klinkt lichter en helderder, en de kleding van een woord doet toch ook wat.

Abstracte kunst maakt meteen al door haar bestaan enkele belangrijke sprongen. Ten eerste stelt ze het bestaan van het beeld en aarzelt daar niet over, behalve als het schilderij zelf aarzelt, maar dat is de maker slechts te wijten en niet het ontstane beeld.
Bovendien stelt ze het bestaan van een beeld temidden van de andere beelden. Ten derde wordt er meestal niet voor één speciaal beeld in het schilderij gekozen, wat waarschijnlijk het volstrekt eigene is van de abstracte kunst.

Er is veel verwantschap hierin tussen de moderne abstracte kunst en de vroege griekse denkers voor de tijd van Plato, zoals Herakleitos. De structuur, het samenhangende geheel van het leven, de grote orde is waar zij zich mee bezighouden. Het focussen op het ding, zelfs het benoemen ervan wordt (nog) niet gedaan. Ook wordt er niet iets achter het ding of de dingen veronderstelt, iets als het wezen van..., wat pas met Plato voor de eerste keer in het denken wordt neergezet.
Ik heb al deze wijsheid van Charles Vergeer, want zelf ben ik beslist geen klassiek lezer, maar ik herken wel overeenkomsten tussen het door hem aangehaalde Griekse vroege denken en de abstracte kunst.

Het denken in woorden heeft een fundamenteel wantrouwen belichaamd: het vanzelfsprekende bestaan van de dingen wordt er niet meer in erkend. De grootste zorg van het denken is hoe het moet denken en het bepalen welke zeer behoedzame relaties de woorden nog kunnen hebben met de dingen. Het bestaan van de wereld wordt in twijfel getrokken.
Misschien is het voordeel van het domein van de beelden dat hier dit wantrouwen nog niet zo is toegeslagen, of dat de (abstracte) kunst zelfs de beelden telkens weer een nieuw soort vertrouwen geeft. Misschien is dat wel een belangrijke taak van de moderne kunst: bevestiging van het zijn en van de relatie tussen de beelden en de dingen.

Jaap Nanninga zei nog rond 1950 dat kunst het onzichtbare zichtbaar maakt, waarmee de scheiding van het ding en zijn essentie een gegeven is. Er wordt dan weer gezocht 'achter de dingen' (was de titel van een tentoonstelling van Daan Lemaire, Ben Vollers en mijzelf in het Glazen Huis , zomer 2001), waarmee het bestaan van de dingen wordt uitgehold. Paul Klee zegt ergens: Kunst maakt zichtbaar. Het is een stap verder. De werkelijkheid wordt niet eerst onzichtbaar verklaard. Toch blijft ook hier de kunst een verrekijker. Of een kijkgat in de muur van de dagen.

Is abstracte kunst weergave van het zijn van de dingen?? Ik wil het niet geloven, omdat de beelden daardoor bijna woorden gaan worden die iets afbeelden, en in dezelfde vrije val van wantrouwen terechtkomen als de woorden. Het beeld is in mijn idee een ding, temidden van de andere beelden in het schilderij. Ze bestaan in samenhang. En het gehele schilderij bestaat als ding in de wereld, met en in relatie tot de dingen van meubels, plafond, vloer en gordijnen of luxaflex.
Is er dan geen grens? Dat is onze wanhoopsvraag. De angst voor het grenzeloze spreekt zich uit. Nee, er is geen grens. Er is slechts onbegrensdheid.
Misschien dat het schilderij ons hierin wil tegemoetkomen door ons zijn lijst aan te bieden als grens en zijn interne samenhang als bindend geheel.

 

Kunstdenksel nr. 8 over moderne abstracte schilderkunst (2004)

Wanneer je weten wilt hoe een plant groeit en je graaft zijn wortels uit, dan sterft de plant. Het geheim sterft onder je handen en het blijft geheim.
Als je wilt weten hoe een dier leeft en je snijdt zijn hart uit om te kijken, dan bezwijkt het kloppende leven onder je handen. Dat wat je bekijkt verandert, doordat je kijkt.
Zogauw je wil weten waaruit een kunstwerk bestaat, verlaat je het gebied van je ervaring van zijn vormen en kleuren, en het kijken slaat over naar woordtaal waarin beelden, kleuren en vormen niet te ervaren zijn.

Het doel staat nu wagenwijd open, want het is immers vreselijk naïef om te denken dat vormen direct als vormen waargenomen kunnen worden. Want we interpreteren toch in ons kijken, we interpreteren toch de wereld, want alles bestaat sinds Kant slechts in onze voorstelling, en niet op zich?? We denken toch in voorgevormde categorieën?? Toch kies ik voor dat eerst naïeve geloof. En ik zie overeenkomst tussen schilderkunst en dit simpele denken. Hoe langer hoe meer geloof ik dat schilderkunst zo moet zijn dat haar schilderijen naïef bekeken kunnen worden. Dat de geschilderde vormen zo zijn dat ze het oog roepen zonder inmenging van de taal. Een soort van stom kijken. Alleen maar de ogen open zetten zodat een vacuüm wordt gemaakt. Waardoor een kloof wordt geslagen van betekenisloosheid. De taal dient geweerd te worden in eerste instantie. Misschien in tweede instantie mag ze haar werk gaan doen.

Veel mensen zullen zeggen dat er dan geen communicatie mogelijk is, omdat de taal wordt weggezet. Anderen zeggen dat we niet kunnen kijken zonder taal en herinneren, dat er geen vacuüm mogelijk is in het waarnemen. Voor mij is dat de vraag. Ik denk aan de acacia's: een giraf nadert een groepje acacia-bomen, begint aan één ervan te vreten, maar al vrij snel veranderen de andere acacia's daarop de samenstelling van hun bladeren, waardoor ze vies beginnen te smaken voor de etende giraf. Ze worden zelfs een beetje giftig. Er valt geen woord. Er valt zelfs geen beeld. Toch is er communicatie.

Ook in de schilderkunst valt in eerste instantie geen woord. Wat is bij het schilderen de communicatie dan wèl? Maar niet alleen bij de schilderkunst, sowieso bij ons gehele ervaren valt er geen woord, zolang wij zelf in het ervaren niet een onderscheid maken tussen onszelf en dat waarnaar wij kijken. Waarom is een boom zo overtuigend in zijn boom zijn? Als ik kijk weet ik dat hij er is, in de grond staat, en ruimte om zich heen heeft. Ik heb niemand nodig die me dat vertelt; ik hoef het ook mezelf niet te vertellen want ik 'weet' het, lang voordat er woorden vallen. Kunnen woorden mij meer overtuigd maken van de aanwezigheid, het bestaan van de boom?

Hoe komt het dat we in het ervaren zo gauw geneigd zijn om onszelf allerlei zaken mee te gaan delen in woorden? De taal mee in de ervaring sluiten?? Dat er de neiging is om onszelf vlug te antwoorden op de vraag die we onszelf snel even stellen: waar kijk ik naar? Is ie bruin? Beweegt het? Alsof we bang zijn dat het er niet echt is. Of dat onze ogen het niet kunnen zien als we niet eerst onszelf een taalantwoord geven, voordat we onze ogen durven geloven. Schilderen heeft steeds uitgesprokener voor mij te maken met wat daarvoor bestaat: vóór het moment dat we woorden gebruiken om in onze ervaring een onderscheid te maken tussen onszelf en dàt wat we zien. Het is alsof we de woorden te hulp roepen om onszelf overeind te houden in het ervaren. Alsof we bang zijn dat de boom zo intensief bestaat dat hij ons wegdrukt uit het bestaan, zolang we ongescheiden blijven ervaren.
De dreiging opheffen dat we onszelf verliezen? Zelfs mijnheer Jung moest vluchten uit Afrika van de doordringende trommels.
Of dat we bang zijn dat de boom wegvalt uit het bestaande, als we niet met woorden kunnen zeggen dat hij erg knoestig is? Of dat hij zo robuust staat, of dat zijn blaadjes zo lichtjes wervelen tegen de gebroken lucht, voordat onze ogen dat allang woordloos hebben gezien?

Maar door het gebruiken van de woorden veranderen we onze ervaring, of beter gezegd: we doen de eerste verbindende ervaring verdwijnen en zetten een andere, omgebouwde ervaring ervoor terug: een ervaring waarin we met woorden de boom duidelijk onderscheiden van onszelf. Het contact hebben we daarmee vernietigd, zodat de eerste ervaring ophoudt te bestaan en een andere ervaring zich ervoor in de plaats zet.
Het lijkt erop alsof de scheiding als gevolg heeft dat het contact tussen ik en de boom aan intensiteit verliest. Blijkbaar gaat dat onvermijdelijk gepaard met de deling van ik en de boom die daarvoor, in de eerste ervaring, nog geheel afwezig was.

Modern abstract schilderen begrijp ik als een geconcentreerde poging om de ervaring van iets buiten ons weer ongedeeld te maken en dus de enorme directheid in de ervaring terug te krijgen. Er bestaat niets buiten de ervaring! Volgens Malevich was het vliegtuig niet gemaakt om post te brengen van Berlijn naar Moskou, maar om vorm te geven aan de sensatie/ervaring 'snelheid'. Maar we zijn wantrouwig en vragen meteen binnen de ervaring: bestaat het wel? Bestaan wij wel? En dus onderbreken we de ervaring daarmee en raken hem kwijt.

De moderne abstracte schilderkunst te zien als een poging om het oog niet te verwarren. De verhalen van of over de werkelijkheid worden bewust gepasseerd. Men kijkt slechts naar waar men naar kijkt bij het abstracte schilderij. Er is niets anders! Het ervaren van het schilderij kan onbelast plaatsvinden. Tijd wordt ervaren. Abstracte kunst wordt concreet.