Fons Heijnsbroek - Blog

Blog

  • ik ben beelden-maker

    1 april 2012

    Ik ben beelden-maker.
     

    Dat helpt om het zo te stellen. Het trekt dat wat ik doe uit de esthetica. Het is eigenlijk waanzin om esthetica en de rest van het leven zo zwaar te onderscheiden. 
    Neem een verkeersbord... is dat een esthetisch ding?  Het werkt gewoon, het doet iets. Daar is het op ontworpen. 

    In die zin maak ik ook beeld, beeldtaal. Misschien een beetje meta-nivo om beeld uit beeld te krijgen. Beeld roept beeld op. dat is een ijzeren wet. een heerlijke wet, anders zouden er geen kunstenaars zijn. 

    En zelfs het woord 'kunst' is een ballast. Ook daar weer dat aparte domein. Er is kunst en er is gewoon leven.

    Hoezo. Waar begint de kunst dan en waar eindigt dat gewone leven?

    We moeten de beelden niet zo lastig vallen. Het lijkt wel op een biologisch handboek om het blaadje te determineren. Dat dragen we in ons hoofd. en dat gaan we ook voortdurend halen bij kunst-educatie. Lijsten van kenmerken van kunststijlen en van persoonlijke ontwikkelingen. Alsof wij in staat zijn om dat leven te ordenen en nog sterker, om oorzaken of de plaats van aanzetten te kunnen aanwwijzen. Zo waanzinnige arrogantie, al die draden die we maar over het leven spannen om de chaos ervan te temmen.

    Dat zou dan een mooie taak zijn van het maken van beeld: het laten bestaan van de chaos en het wilde zijn van het leven. Niet afbeelden daarvan maar het toelaten ervan in het beeld. Dat is een mooie gedachte voor de zondagochtend.  

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 28 keer bekeken

  • mijn eigen werk na-kijken (1)

    6 augustus 2011

    Mijn eigen werk achteraf na-kijken en beoordelen (1)
    6 augustus 2011: over mijn gouache Twisting ( gemaakt in 2009)

    gouache Twisting gemaakt in 2009:
    (donkere partij rechts is iets te helder en te open afgebeeld, hier)

    eerste reactie bij het na-kijken door mezelf:
    jammer daar van rechtsboven, te weinig helder. Maar dan: nee, want dan zouden de twee helften van het beeld weer veel te duidelijk in het veld van het vel komen te staan, zonder die waas daarboven.
     
    wat is nou eigenlijk  de relatie tussen (lege) veld en het beeld?
     
    moerassig beeld, ik moet zelf met mijn ogen gaan onderscheiden…..


    een beweging zie ik gaan van linksonder naar rechtsboven, een waaier-uitvouwing…
    links vraagt om erin te gaan (met mijn ogen), rechts niet of nauwelijks (een beetje links van rechts, daar in het midden de twee lussen wat open met een licht verzoek, daartoie, dat schept ook meteen de binding tussen rechts en links)

    Erg gecompliceerd beeld, mooi dat geel wat overal doorheen dwaalt. Mooi?, ik bedoel net als vroege herfst op de grond, blad. Het dwaalt door alles heen…
    gelukkig dat het beeld rechtsboven en links opzij zacht uitloopt. Een doorgaand aarzelend iets in de vorm. Doet zo mee met het open midden van links. Adem van ruimte, gedoseerd.

    Rechts is te zwaar, te dicht… (in het echt dichter dan op de digitale foto) en toch ook die schilderverhouding daarbinnen nog onderscheidbaar tussen roze en paars. Geel schrijft erdoor tot groen en klampt aan bij het gedeisde groen van het linkerbeeld links. Rechts is een parameter op links, werpt links uit en open, juist omdat het beeld rechts zelf verticaal staat, stevig!


    Links bevraagt rechts weer, wat ben je, waar sta je (voor)?. Je staat, maar waartoe? Ik adem, jij lekker niet…..  Ik fliert en fluit, en jij staat te grommen in jezelf.

    Twee identiteiten, twee longen. Ik kies meteen voor de linkse. Maar rechts maakt links helder en uitgesproken. Zonder rechts geen helderheid van links, maar soep, moerassoep. Rechts laat links helder uitwerpen nar rechts. Geen royaal gebaar trouwens van links, maar wel open, eigen gebied – open. Oh, nee, helemaal niet zo open, wel in de diepte-as, je mag binnekomen met je ogen maar wel langs de controle-hekjes, zoals in het Joods museum.  Dwingend daar links en dan okay, open. Rechts biedt zich direct aan, weliswaar meteen de hoek om eenmaal binnegekomen, maar je mag meteen door:naar links, de open suite in.

    Rechts is eerlijker. En links toont zich erin mee, okay.

    Het gehele beeld wordt steeds kleuriger naarmate ik er langer naar kijk. En ik krijg al doende meer verlangen om ernaar te kijken. Meer en meer. (Het is grijs benauwd zomerweer en de gay-parade komt binnen door het raam, vanaf de boten, amsterdam).

    Het moeras is nu weg als ik naar de gouache kijk. Duurt dus twintig minuten….  Ik zie hem nu meteen, ‘structuur’? Nee, wel zijn aanwezigheid: het er zijn. Het is er, als beeld?, Nee, het is er gewoon,…  want ik kijk en ik zie het dat het er is, meteen. Nu!. 

    Het gehele beeld wordt nu bijna een sign, een mark, een frontaal zich opstellend sign voor mijn ogen.
    Het beeld is erg krachtig. Alles onderscheid zich, daar binnenin. Ik wordt ineens zo getroffen door zijn schoonheid.

    Wie zet wie aan het werk, aan het kijken?
    Doet de gouache mij kijken? Ja!! Maar nu kan ik mijn ogen op één stand houden, het gehele beeld zien en omvatten met mijn ogen. Hoef niet meer te dwalen erdoorheen. WAT IS DAT VOOR EEN MOMENT??

    Steeds meer, maar zonder mijn voorafgaande kijken was het er niet. Het licht in het atelier wordt – eerlijk gezegd – ook steeds wat helderder.

    Ik kan hem in één beweging omvatten, maar hij blijft me rechtsboven wel ontsnappen; ik houd hem niet vast door die vagere bovenkant daar rechts.

    Ik begon dus hem te zien met het idee, die vernietig ik!! Maar hij is daartoe te helder en te eigen in zijn zijn. Op geen enkele manier wordt hij ook door het omringende veld van het vel gesmoord of getemd; getemd ja, enigszins. Maar hij is even sterk aanwezig als het gehele veld. DUS: dus beeld en veld roepen elkaar in hun bestaan op. Dat is ook letterlijk, bijna ontologisch zo, beeld-ontologisch. Zonder het omringende lege papier was er niet  het zijn van het beeld. (trouwens, het vel papier doet helemaal niet zo leeg, het is er niet als de geschilderde vormen.
    Maar het beeld op zijn wijze duwt het veld papier aan tot een ‘vorm’, in ieder geval tot een staande aanwezigheid. Ik vind het verbluffend hoe  op het zijns-nivo die twee elkaar laten zijn, maar zo on-voorstel-baar (niet eens gebonden aan elkaar, maar… hoe zeg je dat: het blijven er twee, maar ze zijn zo …. ze veronderstellen elkaar, dat is het!  Ze veronderstellen elkaar. Wat een krankzinnig woord eigenlijk, zo gebruikt…  Ze zouden niet zijn zoals ze nu zijn zonder lekaar. Elke verandering bij één van de twee werkt door naar de ander.

    Ik vind dat een ongelofelijk geheim, zo aan de onderkant van  het aanwezig zijn, die verhouding van beeld tot zijn veld.  Het lijkt erop dat in mijn werk die verhouding er ook duidelijk moet zijn, anders valt het hele ding voor mijzelf als waarde weg! Het is bestaansvoorwaarde, werkelijke beeld-ontologie. Die bestaat dus; beeld-ontologie! Dit is het teken ervan.

    Ik begin me dit nog maar net te realiseren, en bijna geheel nog niet te begrijpen; het gegeven dient zich vooralsnog slechts aan bij me en dan ook emotioneel. Er gaat een verbazende kracht van uit. En wellicht zo duidelijk te zien (ook bij Daan Lemaire,  en bij Ben Vollers iets minder scherp. Wellicht omdat hij meer tonaal werkt?) omdat ik in mijn werk vanuit die lege papieren omringing rondom het beeld (zoals hier) vanaf 2010 naar doorsnijdingen en doorgangen van dat veld ben gekomen; soms horizontaal, soms verticaal, soms is het beeld alleen maar enigszins opgehangen aan de bovenrand van het vel. Een heel andere visuele ontologie ontstaat er dan, er is dan een geheel ander veld aanwezig. En dan opnieuw gedefinieerd (nee dus, gelul: niks gedefinieerd!) bepaald door het beeld dat snijdt of ….. coupeert….    

    Ik vind het mooi dat ik na een korte kijk-pauze toch weer de soep-kant van het beeld kan zien, de moeras-kant. Ook dat is fascinerend, hoe kan een beeld na een andere kijk-ontmoeting toch weer daartoe ruimte bieden? Ook dat is blijkbaar het karakter van dit specifieke beeld.


    Toch is het beeld ook een beetje een druktemakertje, hij wil graag aanwezig zijn binnen het veld, en heeft wellicht minder te bieden dan het suggereert? Doordat hij het hele veld zo sterk bepaalt in zijn aanwezigheid. Een flinke visuele prater! Hoe hij dat hele veld vastlegt, zodat het veld zich nauwelijks meer kan bewegen. In die zin is de gouache erg sterk gestolde beweging. Linksboven is het veld nog het meest vrij, en links onder. Daar duwt het veld het beeld naar een bepaalde plek. Dat is niet de kracht van het beeld maar de kracht van het veld….  Het linker-beeld is aangegroeid op het veld (toegelaten en groeiend ontstaan, dus veel meer verweven met het papieren veld), terwijl het rechter-beeld zich zelf gewoon neerzet; daardoor schuiven linker- en rechter-beeld ook bijna achter elkaar langs. Ze stellen elkaar ter discussie, bevragen elkaar behoorlijk. Wie ben jij dat ik niet ben? Wie ben jij niet dat ik wel ben?


    Er is dus eigenlijk niet één beeld. Ze wringen, die twee. Ze schuren. Duwen wat of willen elkaar passeren en bepaald niet zo vanzelfsprekend als over elkaar schuivende wolklagen.  Maar juist daardoor is het totale ‘beeld’ wel werkzaam van binnen. Het valt niet in zichzelf geheel samen, hoewel ik dat graag als een ‘klare’ eis stel aan mijn eigen werk. Een eis die erg kan tegenvallen visueel als hij teveel gevolgd wordt.

    Het is mooi en fascinerend en dus ook behoorlijk verwarrend hoe eenzelfde beeld voor mijn ogen heen en weer pulseert, en ik het niet visueel niet lang kan vastleggen in hoe ik ernaar kijk. Zelfs één Ik al niet, laat staan !! Subjectief, door mijn verandering in emotie? Of het beeld, zijn werkzaamheid, zijn……  presenteren….? Heeft het erg veel zin om die twee te willen onderscheiden? Dat heen en weer gaan is  nauwelijks vast te leggen, ook die twee veronderstellen elkaar.

    De gouache is droog, heeft een korrel overal die egaliseert. Er is geen glans en geen geslotenheid in het oppervlak. Net als het veld heeft alle verf een korrel die het van het vel overneemt of die het zelf aanmaakt als de verf er dik of overgeschilderd op komt. Verf is heel gauw een mimicry van de korrel van het papier, zeker waterverf, dun gebruikt. Daar ligt ook het materiele...  Ik houd ervan als het beeld ook materie is.  

     

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 147 keer bekeken

  • Chaos 66, een schilderij van Herman van de Poll

    24 juli 2009


    Een verkennende tekst op
    het schilderij 'Chaos 66' van Herman van de Poll

    Chaos 66



     Pas nu dringt de titel van je schilderij goed tot me door, omdat ik die maar niet ervaar: Chaos. Hoezo Chaos? Ik ervaar geen chaos, geen botsende krachten en daarmee willekeur. Zoals het terugspatten van de straat uit de waterkraan wel chaos is. Het doet me hoogstens denken aan de rimpelkringen in het water beneden als er verschillende eenden hun waterspoor door elkaar laten lopen.

    De eenvoud trekt me erg aan in de Chaos-66 en het bijna prozaïsche ervan, het nuchtere. Geen bedwelming, zo op het eerste gezicht. Geen vervoering in me, maar wel een soort praktische fascinatie. Het lijkt te komen doordat de lagen hier minder vaak aan elkaar smelten, in elkaar knopen of vervliegen. Er is een soort duidelijkheid waar ik op terug kan vallen. Naast en boven de onduidelijkheden die ik ook meteen ervaar, linksonder, wat een vreemd contrast hebben die twee lagen. Is dat een oefening? Of moet ik een sprong maken. Het lijkt dat ik hier meer dan bij de 60 zelf moet springen, maar ik weet wel zekerder dat er hier en daar een reling is om me aan vast te grijpen, zoals boven op de Alpentop, de Sentis van die ijzeren grepen in de rotswanden langs het pad zaten waar ik me met mijn hoogtevrees dankbaar aan vastgreep, een hele oude ijzeren reling, maar scherp aanwezig.

    Terug naar het begin: hoezo Chaos, in dit schilderij, in deze ruimte?

    Er zit een on-evenwicht in, tussen de lagen, met name voelbaar daar linksonder van het midden waar de ene structuur de andere niet lijkt te grijpen. Handen die elkaar niet weten te vinden, val ik in het ravijn? Of meer een stuk waar ik zelf zal moeten springen? Dus hier inderdaad een zekere chaos, ik weet niet goed hoe ik van linksonder naar de gatenstructuur moet komen. De gatenstructuur zelf geef me de sensatie van tv-schermen, projectievelden. In moderne indianenkunst in Canada zag ik ook die vensters, midden in de buik (of op) van een hert, met daarin een ander tafereel.  Er gaat nu ineens meer stromen. Ik denk meteen aan de meridianen, aan de onzichtbare energie, aan het energielichaam van onszelf. En aan de verleiding om die onzichtbare energiebanen zichtbaar te willen maken en te willen aantonen.

     

    Dus zitten we bij de kwantumsprong, sorry Herman. Het essentiële is dat bij kwantum er sprake is van niet òf òf maar èn èn. Pas als ik beslis tot kijken komt er één van de twee als realiteit voor me te bestaan, op dat doodenkele moment zelf. Ik bedoel dat niet als relativering van ieder wat wils, maar wel is er samenhang met die sprong, die noodzaak tot springen van daarnet. Er zijn twee onverenigbare energievelden (misschien wel een energie- en een ruimteveld) en daar moet gesprongen worden van één realiteit naar een andere, zonder dat de eerste realiteit garantie kan bieden tot het bereiken en goed landen in de tweede: je beproeft me. Hard of mild? Meedogenloos of met mededogen?

     

    Enkele jaren geleden zei ik tegen mezelf (zo voor onze Trialoog uit 2007): we zijn bezig met de onzichtbare structuren, om daar visuele voorstellen over te doen. Het klinkt een beetje wetenschappelijk en droog, maar toch. Ik las in een boek kortgeleden hoe het oude atoommodel eruitzag rond 1910 en toen in korte tijd later er ineens dat ons bekende atoommodel tevoorschijn kwam in het denken (en verbeelden dus)  van die kleine kern, met die waanzinnige ruimte en daar draait dan iets nog kleiners omheen. En wij ervaren het als de houten poot van de tafel.

    Ik weet bijna zeker dat we bezig moeten zijn met het verbeelden van die dingen die onzichtbaar zijn. Dat zit gewoon in de evolutie opgenomen als stap.

     

    Ik vind met mededogen, want je doseert. Zoals ik afgelopen zondag ook bij Giacometti zag dat hij doseerde. En zoals Francis Bacon dat juist niet doet. Ik moet springen, maar ik word niet opgejaagd, en de sprong is te doen. Het is een sprong naar mezelf toe als element van alles, en niet een sprong van me af in de wrede ontkenning van mij als menselijk element in het geheel.

     

    Wonderlijk hoe die zwartlijnige voorstructuur (rechterhoek boven zit ie aan vast dat ie niet zweeft, gelukkig!) als een soort van lenzenstelsel werkt, als verscherping van waar je daardoorheen naar kijkt. Je kan ze ahw zelf scherp stellen, al kijkend. Ik moet wel zelf de plaats van die structuur bepalen. En nu ontdek ik dat ik ze niet zelf alleen kan scherp kan stellen, maar dat jij een paar grote doorkijken heel subtiel heb vervaagt, lichter gemaakt. Ophellen, met bovendien een teint van oker erin… lijkt me. Dat deden die Indianen met hun venster dus ook, alleen zij benutten de uitgespaarde vorm als een projectiescherm, jij als een kijkgat, een lens. Maar bij jullie allebei krijg je een licht val-effect. Weet je nog als je in het zwembad in het diepe keek, dat deed anders aan dan het ondiepe. Er kwam meer zweem in.

    En daardoor kijk ik dus door de structuur heen, en ook weer niet, ik deins ook lichtjes terug, en ik kijk weer opnieuw: heen en weer, heen en weer…….

     

    Heel anders: ik zit in mijn F-16, ik zie mijn bommen vallen, ik kijk naar beneden. Geruststellend beeld, er kan niks echt fout gaan. Simulatie?

    Of nog dichterbij: ik repareer in mijn ruimtepak aan de Hubble-space, je weet wel, die grote verrekijker in de ruimte. En er glijdt een sleutel uit mijn handschoen. Majestueus zweeft die langzaam van me weg in een bijna bewegingsloze beweging. Een beweging die zichzelf ontkent. Er is slechts ruimte immers. Of er is geen vergelijk, dat komt dichterbij. En daar doseer je in, want je geeft duidelijke lenzen in je werk. Er is niet slechts zwevende ruimte.

    Er zijn lichte geboortevormen daar linksonder, aanzetten tot iets. Is dat de stofwisseling van het werk, opkomen vanuit het niets, vorm aannemen en dan weer wegglijden in de vervaging?

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 1080 keer bekeken

  • Chaos 60, schilderij van Herman van de Poll

    24 juli 2009

     

    Een verkennende tekst op
    het schilderij 'Chaos 60' van Herman van de Poll
     
     

     schilderij van Herman van de Pol:

     


    Als ik - in dit schilderij - een vis zou zijn ligt er een dilemma voor mij; waar zal ik gaan? Nee, de eerste vraag is, kan ik erdoor?. Er lijkt een hermetisch veld gespannen te zijn, vol met gaten weliswaar, maar zal ik erdoor gaan? Nee, denk ik dat ik erdoor kan gaan?

     

    Er is een merkwaardige energie van schuivende lagen in het totale gebeuren, lagen die net genoeg afstand van elkaar nemen om energetisch te zijn; dat schept openheid, dynamiek. Maar nog blijft, is het een valstrik? Kom ik er wel levend uit?

     

    Waar zal ik beginnen te gaan? Er is een overeenkomst tussen mijn vinnengezwaai en de atmosfeer in het schilderij. ...

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 811 keer bekeken

  • Kleur in het werk van Daan Lemaire

    11 juli 2009

    Kleur in het werk van Daan Lemaire


    gouache van Daan Lemaire, 2010


    Omdat er nu (juni 2009) een serie nieuwe glassculpturen van Daan Lemaire in de Orangerie-expositie stond, viel het me des te meer op dat zijn laatst gemaakte glas-sculptuur een ding apart was. Het zat in de behandeling van de afzonderlijke kleurenvlakken; ze waren niet langer onderling verbonden, verweven zoals hij tot voor kort deed, zowel in zijn glaskunst als zijn gouaches. 
     De vlakken bestonden op zichzelf, en het beeld is een optelling daarvan.
     

    Daan Lemaire is van zichzelf vrij zacht en subtiel in zijn kleurplaatsing. Er is altijd een fijzinnig verweven van de kleurvlakken of -spatten, waardoor er totale atmosferen ontstaan in zijn werken, zonder afzonderlijk bestaande compartimenten of vormen. Wel is er in zijn kunst veel verschil in diepte, dat door de verweven kleurstelling des te onverwachter (maar dan ook heel duidelijk!) zichtbaar  wordt bij het kijken. Een soort van visuele valluiken, zoals je ook in wolkpartijen kan zien, maar bij Lemaire verassender, onverwachtser. Het is een merkwaardige tegenstelling van zijn gouaches uit de laatste jaren: subtiele kleurhantering en daardoor des te feller erdoorheen vallen, als je eenmaal valt.

    Ik vraag me vaak af hoe hij dat doet. Hij neemt veel tijd en laat een gouache groeien. Hij werkt vaak zo dat de nieuwe spatten of vegen die hij op het papier werpt of brengt,  in gaan zakken in de al bestaande verf. Met gouache is dat gemakkerlijk; het is bij uitstek de verf die enigszins 'insmelt', zowel in papier als in de al bestaande verflagen. Dat smelten heeft nadelen en voordelen. Je bereikt er gauw een impressionisme mee, een verweving van de kleur en daarmee een sterk atmosferisch effect. Onze ogen zijn natuurlijk ondertussen gewend aan de radicale kleurbreking van het impressionisme!! Des te harder is de pijn en visuele gemis als die ontstane sfeer in een schildering  alleen maar om zichzelf bestaat en verder niets. Die alsmaar uitdijt en uitstrekt als een eindeloos wolkendek, tot de rand wordt bereikt van het passepartout. Er is dan veel veel verlies van dynamiek, want hoe je het wendt of keert, dynamiek ontstaat pas op basis van verschil en contrast.
     
    Daan Lemaire heeft verschillende - heel eigen - antwoorden op dit probleem dat hij wel degelijk onderrkent, zowel in zijn glaskunst (glasfusion, dus in elkaar smeltend glas met hun kleur) als in zijn gouaches. Hij trekt de kleuren bewust uit elkaar. Hij zet de kleurvlakken tegen elkaar in, maar wel subtiel, delicaat. De bovenliggende kleur blauwgroen steekt bijvoorbeeld  duidelijk tegen het onderliggende citroengeel af, maar neemt  toch iets van dat geel in zich op. Er ontstaat zo een veld van fellere contrasten; er ontstaan zo ook opdelingen in kleurcentra. Als die er niet zouden zijn zouden de kleurverschillen volledig worden gedemocratiseerd en geeft de gouache daarmee een wee gevoel aan onze ogen. 

    Daarnaast buit Daan Lemaire de diepte-suggesties uit; het afwisselend vallen in en stuiteren op en tegen de kleurvlakjes, met onze ogen. In die zin heeft  Daan Lemaire veel verwantschap met de schilderijen van mijn schildersvriend Herman van de Poll,  - ook trouwens in dat ongelofelijke vergaande vermogen tot subtiel doseren van de kleurtoon-verschillen -.


    Ik ben een brute schilder, ik zou met mijn eigen schilderen verdwalen in zoveel subtiliteit, maar daarom kan ik het bij hen twee wel degelijk zien en ervaren. Je krijgt met hun intense diepte-verschillen een aquarium-effect: je ogen worden tijdens het kijken als een vis die door alle plantenbladen, openingen en kleine gaten zijn weg dient te bepalen om veilig te zwemmen. Deze twee schilders dwingen aldus om de kijkende ogen op scherp te zetten; je alertheid groeit met en door het kijken, en langzaam maar zeker worden ze gewend aan de taal van het geschilderde.
     Je moet zo bij hun werk voordurend in en tijdens het kijken je route bepalen, dat isde waarde van de dosering/dieptewerking in hun schilderen.

    Daan Lemaire gaat nog een stap verder. Als hij al de kleuren uit elkaar trekt (en ook hij kent de inspiratie van Monets late werken daarin, zei hij me) dan nog komt er een voor hem daarna noodzakelijke tegenbeweging om de vlakken opnieuw onderling weer te verbinden. Niet meer tonaaal maar meerr door vlechtwerk, hechtingen, toevallig lijkende verfweefsels die door de afzonderlijke kleurvelden heen gaan als terloopse riviertjes. Maar bij Daan is niets terloops! Alleen het schilderproces is terloops, het verloop, maar niet wat er visueel op het papier verschijnt. Het is aoslof hij met dunne nietjes de aparte velden (en die zijn bij hem dus al niet apart, zijn al in eerste instantie verweven met de kleur) aan elkaar niet. En er zo een nieuw weefsel ontstaat. ook in zijn glasfusionbeelden zijn deze zichtbaar, de laater op gelegde glaslijntjes die zich door de kleurvelden heen kronkelen en bewegen, zonder richting maar met veel verbinding. 

    Het laatst gemaakte glasbeeld is een breuk op dit soort werk wat ik heb beschreven, en op de onderlinge binding daarin. Want dit laatste beeld heeft een optelling van bijna snoepgoed-achtige kleuren. Het is onduidelijk waardoor ze bij elkaar horen, behalve dat ze in het beeld bij elkaar opgesloten zitten en zich tegen elkaar afzetten in die duidelijk begrensde ruimte. Daan zei dat ook zijn meest recente gouaches zo zijn opgebouwd, en ik ben dus erg nioeuwsgierig om ze te zien.          

     
         

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 795 keer bekeken

  • Moderne portretten moeten transparant zijn

    1 juli 2009

     Moderne portretten moeten transparant zijn
     
    Al een tijdje zit ik te broeden op het idee 'portet'. Hoe kan een portret zo zijn dat het innerlijk - wat dat dan ook is - uiterlijk zichtbaar wordt? Ik heb die pogingen al jaren geleden voor mezelf onderkend bij de schilders Lovis Corinth (met name zijn onbarmhartige zelfportretten) en bij de portetten van Chaim Soutine. Met name bij Soutine was het voor mij zo zichtbaar hoe hij het vlees onder de huid tilde en als het ware er bovenop legde. Het is meer vlees en orgaan waar je naar kijk als naar huid. Dat heeft Willem de Kooning ongetwijfeld sterk geïnspireerd en bemoedigd bij het langdurige schilderen aan zijn eerste Woman. Hoewel hij daar wat mij betreft ook iets laat liggen, door de gekleurde agressie die in het portret wordt ingetoomd. Soutine is milder, nieuwsgieriger en meedogender. Wellicht kan hij daardoor meer afstand nemen? 
    Ik heb voortdurend de sensatie dat ik bij zijn portretten 'erdoorheen' kijk. Veel meer en veel emotioneler dan bij de cubisten die toch een vergelijkbare optie hadden. Het lijkt alsof de cubisten meer de verschillende kijkrichtingen van het omcirkelen van de buitenkant van een persoon hebben beschreven. Er ontstaat daardoor wel een interne transparantie, een zekere openheid, maar die is dan losgezongen van de persoon zelf. Is een ding op zich geworden. Bij visuele analyse is er altijd verlies, dat hebben de impressionsiten gemerkt en dat wordt door de cubisten - met een andere theorie weliswaar -herhaald. 

    Lucien Freud zijn doeken zijn eigenlijk ouderwets, vaak stopverf. Want zelfs de zo dunne huid wordt gereduceerd tot verf. De persoon is vaak weg. Is dat een herhaling van de psycho-analyse van zijn grootvader, die echter een stuk barmhartiger was? Analyse is snijden is afstand nemen. Wat Soutine doet is tegenovergesteld, hij kruipt er juist in. Hij kruipt in de persoon, niet om hem of haar van binnenuit op te vreten, maar meer om  het binnenste naar buiten te keren. Zo heb ik dat altijd al ervaren. En daarom vind ik zijn portretten een kerrpunt in de geschiedenis van de portretkunst; hij gaat erin. En juist met het portet lijkt dat veel lastiger te zijn dan met het landschap. Ik heb me altijd verwonderdc over het verschil in transparante tussen de landschappen en de portretten van Corot. De laatste zijn dicht, hoewel razned mooi geschilderd. en zijn landschappen lijken als vanzelf open te waaiten, willen gewoon niet dicht gaan. Overal is adem en doorkijk. 

    Ik kwam laatst een aantal citaten tegen van Jean Dubuffet over zijn benadering van portret schilderen en heb die geplaatst op:http://www.quotes-famous-artists.org/jean-dubuffet-famous-quotes 
    Bij hem ligt er de optie om een portet zo te schilderen dat ook de omgeving daarin wordt opgenomen. Het radicale daarvan trof me. Hij laat daarbij los om een specifiek persoonlijk portret te willen / kunnen maken; het portret wordt juist algemeen, zonder echter abstract te worden in beeldtaal. En hij kroop dicht tegen zijn modellen - goede vrienden  o.a. - aan, gebruikte details, maar weigerde tegelijkertijd een persoonlijk portret te maken.

    Een portret maken staat bijna nooit los van de vraag van de geportretteerde, ook al is die vraag niet luidop. De vraag is eigenlijk een gebod: maak mij tot een persoon! Geef mij contouren, laat me niet oplossen in mijn omgeving, laat me niet oplossen in mezelf. Het is een gebod en het zijn hevige emoties vanuit een hartstochteliojk concept dat we als mens een vaste identiteit moweten hebben, een vaste grens moeten hebben, solide moeten zijn.

     schilderij, portet, door Nicola Rozemeyer waar ik een artikel op schreef

    Maar wat als we ons vanuit een andere optiek kunnen benaderen? Dat we juist open en transparant zijn? Een soort van Barbapappa, direct reagerend op de omgeving die zich op allerlei manieren aandient. Daarin vind ik Peter Sloterdijk inspirerend, een soort van moderne Freud. Hij stelt dat je gewoon niet meer kan inzoomen op die vaste solide en geïsoleerde persoon. En dan neemt hij niet eens mee dat steeds meer van ons ik in de vorm van straling, ether communiceert. Zelfs een aantal heel intense contqacten worden en zijn ether, we zien de vrienden van Hyves misschien nooit  in levende lijve. En toich zijn ze razend belangrijk voor onze identiteit. 

    In 2006 / 2007 heb ik een aantal acrylschetsen gemaakt op papier waarin ik mezelf als het ware scande. Tijdens het schilderen wist ik zeker dat ik mezelf - in beeld - beschreef. Zoals bij onderstaande: 




    Ik zie deze schilderingen als moderne zelfportretten, die ieder op een ander moment mezelf hebben waargenomen. Dat gaat niet heel bewust, en dat lijkt ook niet helemaal op eigen kracht te gaan. Natuurlijk zet mijn eigen schilderen zich erin door, maar de gerichtheid is niet van mij afkomstig. Ik vind dat zelf vreemd en vul het ook niet verder in, want dan worden de speculaties me te wazig.
    Ik constateer slechts en wil het daarbij houden. Ik hoop in de komende maanden andere mensen te portretteren, mensen van dichtbij, zodat ik daar een emotionele band mee heb en niet te makkelijk kan wegglijden naar objectiviteit door distantie. Ik moet er juist bot bovenop staan. Zoals we met Benfo de laatste  6 Benfo-schilderijen in de St Pierre in Avallon hebben geschilderd, afgelopen mei 2009. Bot op het doek blijven en geen stap naar achteren gaan. en blijven schilderne totdat het beeld kompleet is of dat je het gewoon tijdelijk moet wegleggen. 

     

                 

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 934 keer bekeken

  • Gaten gates windows ramen ruimte rooms space

    12 juni 2008

    Gaten gates windows ramen ruimte rooms space

    De laatste maand vallen er regelmatig gaten in het papier. Nou ja vallen, dat kan dus niet, ze ontstaan doordat ik met allerlei verschillende voorwerpen de verf erop zet, beharkt, verkrabt, wist en weer opricht. Het is niet een concept, uitgangspunt of program, al moet ik natuurlijk aan Fontana denken, maar ik merk dat ik met een zeker genoegen constateer dat er gaten vallen in het papier en dat het papier inderdaad slechts papier is. Weg illusie? Gewoon realisme?
    Dat genoegen ontstaat ook doordat in het schildervlak met het vallen van de gaten een ander soort ruimte ontstaat, dat niet is uit te drukken in termen van het platte vlak. Ik leg meteen een tweede vel onder het eerste vel, zogauw er een gat of scheur ontstaat, en kan dan doorschilderen, waarbij ook het tweede vel meedoet, en dus ook het gat.

    Ik kras bovendien veel in het papier, ik mishandel het, zou je kunnen zeggen, maar het is ook als een tatouage te zien. Of het is ook een getekende lijn, weliswaar gekrast of geritst. Natuurlijk laat het zo werken de sporen van het maken zien en is wellicht het maken zo invoelbaar voor iemand die kijkt, maar daar gaat het mij niet om. Het is meer dat het papier een andere kwaliteit krijgt. Het is belangrijker gaan worden, meer aanwezig. Niet omdat het drie-dimensioneel wordt, maar omdat het open gaat of open kan gaan. Er is niet langer een vanzelfsprekend vlak. Het papier kan niet langer symbool zijn voor ruimte als het is opengeritst of als het is gekrast en dus opengeritst had kunnen zijn.     

    Dank je Roos voor je bijdrage hierin!

    Lees meer >> | 1 Reacties | Reageer | 1527 keer bekeken

  • Cézanne, en danne...........

    15 mei 2008

     Cézanne, en danne...........


    Bij het verzamelen van citaten van (voornamelijk abstracte) kunstenaars (click hier voor citaten Cezanne) lijkt Cézanne een voortdurende referentie voor de kunstenaars na hem. Zowel voor filosofen (Merleau Ponty) als voor schilders van toen (Cubisten) en van nu, zoals Robert Zandvliet of een Toon Verhoeff.

    Een bepaalde kunststroming die al door de allereerste Cubisten is ingezet verkondigde Cézanne als de nieuwe voortzetting van de oude museumkunst. Classicisme in een nieuwe gedaante! Cézanne zelf zei dit ook, in ieder geval hoopte hij erop en die ambitie is op het einde van zijn leven snel door anderen opgepakt en beleden. Bij deze aspiraties van Cézanne zelf moeten we overigens wel bedenken dat hij daarin toendertijd discussieerde met het vluchtige impressionisme waar hij nota bene zelf door was grootgebracht (door zijn mentor Pissarro). Hij had ernstige bezwaren tegen het ijle impressionisme en wist dat dit onherrroepelijk tot een 'brave' werkelijheidsweergave zou gaan leiden, tot in vele kunstenaarsgeneraties aan toe. Zelfs een Mondriaan moest zich er in 1905 nog aan ontworstelen! Ik vergeet altijd dat toen Mondriaan in Parijs het cubisme ontmoette en omarmde de oude Cézanne nog volop aan het schilderen was.

    Een andere stroming van kunstenaars benadert Cézanne als de man die de werkelijkheid heeft losgeschilderd. Niet in een kleurdivisionisme zoals de wildere od de latere systematische impressionisten , maar paradoxaal genoeg in de vorm van een vormbehoud (een huis, een boom, een perzik)  en door die vorm weer onder te verdelen en vrijheid geven naar allerlei kleurennuances. Geen onderscheid maken tussen vorm en schaduw (het ultieme van het impressionisme) maar terug te gaan naar het vlak. Tegelijkertijd de kleur niet opsluiten in het vlak, zoals Matisse goed wist en de latere Picasso bij hem herkende,  en zoals Jorn na 1950 nog eens radicaal voortzette in een onverwoestbare reeks doeken. 

    In die benadering worden de vormen (fantasie-vormen of werkelijkheidsvormen) met hun eigen kleur juist ter discussie gesteld, niet door een vluchtig kleurenmengsel, maar met het zoeken naar nieuwe samenhangen. Hoe krijg ik dit verder.....??? (wordt vervolgd)   

     

     

      

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 1568 keer bekeken

  • Denksels over kleuren, beeld en hand-schoenen

    13 mei 2008

    Denksels over kleuren, beeld en hand-schoenen
     
     
    Ik wil dat de kleuren als het ware geen kleur meer zijn in mijn gouaches. Dat ze daar niet meer zo kunnen werken àls kleur. Dus er moet iets anders door hen heen komen, een andere kracht die ze bepaalt, waar ze aan ondergeschikt zijn. Ik weet niet goed hoe ik dat zeggen kan. Die ene gouache die zo lang op mijn kleine kamertje hing deed me telkens aan een Monet denken, een kruising tussen een korenschelf van hem en een schuurtje in de wei van hem, die hele late doeken van hem, in grauw groen en blauw met veel verflijnen en open doek, die in het Gemeentemuseum Den Haag hangt (soms!).
     
     
    Het is niet langer een optie voor mij om de kleur zijn eigen vlak te geven, zijn eigen vorm, gebied, domein. Dat merken Ben en ik al tijdens ons gezamnelijke Benfo-schilderen; dat was voor een deel ook de inzet van Asger Jorn, zo herkenden we dit samen. Dus jist niet-Matiss en en niet-Picasso.  
     
    Misschien moet ik die kleur wel helemaal vernietigen eerst, voordat ie opnieuw anders terug kan komen in mijn werk. Niet door zwart te gaan schilderen, dat is een wissel-truc! Daar verandert ie niet mee, komt terug zo gauw als ik het zwart weer weg legt. Eigenlijk meer zoals Monet deed, door zijn staar of slechte ogen wellicht, op latere leeftijd. Allerlei lijnen schreeuwen bij hem in een kleur, maar ze maken met elkaar geen kleur. In die zin is het schilderding kleurloos bij hem, dat ze elkaar als het ware opheffen in hun kleur-zijn. Dus kleur tegen kleur om ze uit te schakelen in hun kleurzijn. Maar waarom?
     
    Die handschoen van Hans Lodeizen (oh vader,....de nacht als een handschoen uit en aan....). Wat is het als je een handschoen binnenstebuiten trekt? Dat was vorig jaar het eerste fysieke beeld wat ik kreeg bij het gedicht lezen (Aan mijn vader.., en wat voor een vader, wat heeft die man veel van zijn zoon gehouden!) Als je daar binnen in de handschoen zou wonen, wat een klap van onbeschermdheid, wat een naakt gevoel zou je dan ervaren, alsof je een slak bent zonder huis. En als je altijd al daarbuiten woonde? Dan lijkt het wel alsof je in het duister van de grot van Plato terugtuimelt! Nee dus, want je bent daar nooit eerder geweest. Het voelt wellicht eerder als een harnas waar je ineens in zit en dat je niet van je af krijgt. Of het je levend laten begraven zoals sommige boedhisten doen als proef?
    Plato is gedaan, ze moeten die mythe eens en voor altijd onderuit halen. Er is niets achter de dingen……. Er is ook niets achter het beeld, of het doek, of het papier. Het schilderij is ook geen toegang tot, wat ik zo lang heb gehoopt en verlangd en gedacht, een deur tot…
     
    Het beeld is zijn eigen zijn. Juist nu in onze moderne tijd die zich overstroomt met beeld. Er is niets virtueels aan, elk beeld waar dan ook, hoe dan ook, is er! In kranten, in glossies, op het scherm, gestoord of heel scherp, elk beeld is er, bestaat. Het beeld heeft niets in zich of achter zich. Natuurlijk voelt dat als een enorme verarming en roept het heimwee op en open vlakte-gevoel zonder paal.
    Maar dan moeten we blijkbaar een zekere heroiek opbrengen. The challenge of the evolution!

    Heel oud Europa staat in ons overeind en gilt als Munchs schreeuw! Het lijkt wel alsof elke theorie of filosofie over 'beeld' dwangmatig terug gaat naar: hoe het was om ons te bezweren; Alleen een Kierkegaard kon dat aan, gevoelsmatig, om in die lege vlakte van het niets even te wandelen, als alle beelden slechts beeld zijn...
     
    Zo gauw je het hebt over het ‘’aura van het beeld’ ruikt het al naar heimwee. Zo gauw je het 'deconstrueert' misloop je het vraagstuk, want je schakelt slechts over van beeld naar taal. Dat doet ook Heidegger met de schoenen van Van Gogh, hij wisselt het beeld over, over naar het traject van de taal. De twee spoorrailsen na de wissel glimmen allebei even hard in de zon! Maar we zijn niet gek! Dat verwisselen zou hij niet hebben gedaan als hij bereid was geweest telkens weer in zijn taaldenken het beeld opnieuw beeld te laten zijn, maar dan wordt zijn theorie teveel gestoord. En hijzelf, wellicht??
     
    Met schilderen ben je in het voordeel. Je wordt óók gestoord natuurlijk, maar omdat je zelf het beeld maakt kan je je daar tijdelijk aan vasthouden. Het is een tijdelijke reddingsboei, waarin je kan mee-evolueren. Het heeft ook iets fysieks, het is van aarde, maasr daar loert alweeer de heimwee wellicht. Niet het woord; het woord lijkt voortdurend bang voor zichzelf, telkens kijkt het om naar zichzelf, vertrouwt zich niet, is te dun, te doorzichtig. Een beeld is een beeld; je kan het verscheuren, afdekken, de pagina omslaan, maar altijd moet een mens eerst iets doen bij een beeld om daarop zijn relatie met dat beeld te kunnen verbreken. In die zin is het beeld betrouwbaar. Het woord is nooit helemaal af te dekken, het woekert voort, verandert zich voortdurend, vaak zonder dat je het zelf weet. En het woord is vaak dat deksel van het jampotje, om de in-houd af te schermen van het buiten, om de chemie uit te stellen van de dreigende chaos.

    Het beeld doet dat ook natuurlijk, laten we het niet overdrijven. Maar blijft staan dat het beeld eerst door ons fysiek moet worden weggezet willen wij niet meer ermee in betrekking staan. Dat is toch het geheim van de tv; de moeite van het afwenden!? (Gelukkig heb ik geen geweldig fotografisch geheugen!)
     
    PS: bij het zoeken naar citaten kwam ik een opmerking van Willem de Kooning tegen: 'het schilderen van de figuur (Women) heeft alleen zin als dat binnenste buiten gebeurt. Hij gaat zo een stap verder dan Soutine, niet op de huid en vervolgens door de huid van buiten naar binnen kijken, maar van binnen naar buiten!

    Lees meer >> | 1 Reacties | Reageer | 1529 keer bekeken

  • Het automatische schrift / schilderen

    2 mei 2008

    Het automatische schrift / schilderen

    We zullen er zo ongelofelijk kritisch mee om moeten gaan, met het automatische schrift. Het is één van de meest waardevolle voorbrengselen van de moderne kunst. Het is de methode om te ontsnappen aan onze dagelijkse beheersdrift. Het schept vrijheid en openheid. Waarschijnlijk is het zo dat het überhaupt de voorwaarde is tot creativiteit sinds de Verlichting in ons kwam neergedaald. Tegelijkertijd leveren we ons met het automatisch schrijven over aan de blinde krachten. Het wroet machten los uit het duister, uit het ongedachte en nog niet verbeeldde. Het brengt ons naar de voorfantasie, naar de voorstof tot het verbeelden. Het automatische schrift is daardoor altijd dubbelzijdig, het heeft de twee kanten van de munt, die niet zijn te scheiden. Het één komt niet zonder het ander. We zullen altijd worden bezocht! 

    Het is ook belangrijk te onderkennen dat het automatisch schrift evolueert, en dat we het moeten proberen te begrijpen in zijn ontwikkelingen. Het automatische schrift nù hanteren zal heel andere aspecten kennen dan in de fase van het vroege surrealisme, en weer andere dan in de hernieuwing ervan bij Cobra, of in de hernieuwde voortzetting door de abstract-expressionisten in de jaren 60 van de vorige eeuw. Het is een kostbare olie die wordt doorgegeven van de één op de ander, die telkens opnieuw is herkend als waardevol, door een volgende generatie kunstenaars.

    Men ruikt zijn vrienden. Ruikt men ook zijn vijand? En: ruiken we die ook in onszelf? Daar gaat het om. Anders is er alleen nog maar de optie om onszelf volledig weg te zeten in het maken, te elimineren als persoon. Waarmee we het kind met het badwater weggooien. Dat heeft de Nul gedaan en Zero. Zij hebben zo'n diep wantrouwen naar zichzelf gekend dat ze het niet meer konden overwinnen. Met de mechanismes als de 'reihungen' werd de persoon als individu geliquideerd.

    De uitdaging ligt er om als kunstenaar je eigen persoon juist wel te kunnen gebruiken, en ook het automatische schrift wat van alles in ons persoonsdomein op zal woelen. Maar hoe dat te gebruiken, te bezien, en hoe er keuzes in te maken? Het volledig bewust maken ervan vermoordt immers weer het automatische schrift?

     

     

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 1589 keer bekeken

  • De levende of de dode krachten

    1 mei 2008

    De levende of de dode krachten


    Ik wist het al veel langer, alleen verdwijnt dat inzicht van tijd tot tijd, of het krijgt telkens weer een andere dimensie, ook een andere zichtbare vorm. en het lastige blijft om die te herkennen. Maar feit blijft dat je met het maken van een kunstding iets in de levende wereld  neerzet, in het gaande leven. En je kan er mee bezig zijn - ik vind dat dat ook moet - bij welke krachten in het leven het maaksel zich aansluit. Zijn het de levenskrachten of zijn het de dodende krachten? Ik wil pertinent dat wat ik maak een onderdeel wordt van de levende krachten. Zo simpel is dat.  

    Lees meer >> | 1 Reacties | Reageer | 1596 keer bekeken

  • Het samen schilderen in één schilderij; over het werken aan de benfo 16

    1 mei 2008

    Het samen schilderen in één schilderij; over het werken aan de Benfo 16, met Ben Vollers



     

     

    From: Fons Heijnsbroek

    Sent: Saturday, April 26, 2008 1:49 AM
    Subject: over de Benfo nr 16.
     

     

    Hoi Ben,
     
    Ik heb het idee dat we elkaar tijdens het schilderen om en om aanslingeren.
    Het viel me op dat we tijdens het werken aan de benfo 16 nog nauwelijks iets zeiden en heel veel in elkaars schilderzetten doorschilderden. Alsof de één aangaf voor de ander. Waarschijnlijk begon ik deze keer als eerst met de samengestelde kleuren en het hielp misschien daarbij dat ik met rechts moest werken omdat mijn linkerarm pijn deed. Daar krijg je heel andere schilderzetten door met een zekere on-logica.
     
    Toen jij dan daarop meeging, trok je het ook meteen dóór en ontstond er een kleurenmélange die we nog niet kenden in onze gezamenlijke 'benfo-doeken tot nu toe. En dan maak jij dus weer schilderswerkelijkheid waar ik in mee kan gaan; zo slingerden we elkaar wederzijds aan. Ook is er daardoor minder contrast ontstaan in het schilderij, omdat we zoveel doormengden op het doek zelf, bij elkaar. Als ik het een dag later bekijk vind ik dat het een ernstig doek is geworden, met veel energie die niet ergens naar toe gaat, niet een richting heeft. Meer op zijn eigen plek blijft woelen..., gewoel,.. struweel  ..struikgewas....en blijft rondgaan in locale plekken.
     
    Het blijft merkwaardig wat voor processen er tussen ons en op het doek plaatsvinden door het samen schilderen. ik dacht ineens, we hebben nu zo'n soort schilderen ontwikkeld waarin we de Ander ook echt als de Ander toelaten en zo op elkaar reageren. Wat doet dat met het schilderen zelf, vraag ik me af? Wat voor soort werkelijkheid ontstaat er daardoor? In ieder geval een heel andere dan in jouw of mijn eigen werk. Hoewel je de invloeden ervan natuurlijk ziet, en in de benfo 16 ook het  recente schilderen van mij en jou. Maar er ontstaan doeken die jij of ik noot hadden kunnen maken, en dat hebben we al veel vaker tegen elkaar gezegd. Het lijkt wel alsof in dit doek jouw ernst zit in 'mijn' kleuren, om het heel dik te zeggen. Ben benieuwd wat je daarvan denkt.
     
    groetjes, Fons
     
     
     
     
    Hoi Fons,
     
     
     
     
     
     
     
    Vind je stuk geweldig. Zal uitgemaakt hebben dat jij met je andere arm werkte en dus aan de linkerkant. We hadden een (andere) jazz cd op, zijn we best gevoelig voor. We waren niet vrolijk. We, of liever ik, was erg intuïtief bezig, maar ook had het denk ik met onze laatste werken te maken, het gewoon doorgaan (tot het uiterste?).
     
     
     
     
    Groet, Ben
     
     
       

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 1289 keer bekeken

  • Elsworth Kelly ontmoette Hans Arp en zijn vrouw in Parijs

    27 april 2008


    (Kelly zijn aangehaalde citaten staan te lezen op http://www.quotes-famous-artists.org/ellsworth-kelly-famous-quotes)

    Ellsworth Kelly heeft van 1948 tot 1952 in Parijs verbleven en daar onder andere Hans Arp en zijn vrouw intensief bezocht. Hij is door hun Dada-werken uit de jaren 1914-1918 sterk op het spoor gezet om zijn eigen kunst en antwoorden te ontwikkelen,wat hij in zijn Parijse jaren heeft gedaan. Het ontroert mij altijd diep om te lezen hoe in de kunstgeschiedenis van persoon op persoon de dingen worden en werden doorgegeven en vervolgens weer verder ontwikkeld. Dat deed Kelly met zijn uitgebeende en bijna anonieme kunst beslist ook, als een voortzetting op de maaksels van Arp. Mandelstaam zou zeggen: men ruikt zijn vrienden! Kellie's citaten zijn daarom treffend om te vergelijken met die van de Dadaïst Hans Arp zelf ; eenzelfde inzet, die overigens niet geheel de mijne is.
     
    Ikzelf wil ook wel naar een 'anonieme' kunst, maar kan daarin niet dat grote beroep op het toeval doen, wat Arp en Kelly deden, en met hen vele. Daar geloof ik niet in, dat is in de abstracte kunst een dwaze bezwering geweest, een vreemd soort ontsnapping weg van jezelf! Het is wellicht een noodzakelijke fase geweest in de geschiedenis van de westerse abstracte kunst (zie ook de Nul/ Zero, het surrealisme, etc.... die zich in onze hedendaagse fase van abstracte kunstontwikkeling anders moet voortzetten? Dus invouwen en niet omzeilen. Alechinsky had al in de jaren 1970-1980 zijn bezwaren tegen die toevals-kunstenaars, maar lijkt het toeval in te ruilen voor de 'gesture', onder invloed van Asger Jorn. Zie:
    http://nl.wikiquote.org/wiki/Pierre_Alechinsky.
    Maar of de gesture op zich in staat is om tot waarachtige kunst te komen en de vlucht van zichzelf weg te vermijden? Dat is materiaal voor mijn onderzoek. 

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 1426 keer bekeken

  • Ethiek en esthetiek, dialoog met Albert de Wilde, per mail

    25 april 2008

    Ethiek en esthetiek, dialoog met Albert de Wilde, per mail

    21 April 2008, aan Albert:

    Er is in onze tijd een bepaald élan niet meer aanwezig, een soort van stoutmoedigheid. We moeten alsmaar denken over het leven zonder dat, en vluchten misschien daardoor teveel in de theorie. Ik denk dat het élan in de kunst verder ging dan in de theorie. Als je Levinas vergelijkt met Asger Jorn dan is de laatste springlevend, en Levinas: uiterst radicaal - maar hij herhaalt toch gewoon de boeren-mentaliteit van Heidegger, We zijn geen boer meer, dat is het punt, Min grootmoeder vluchtte al naar de stad in 1930. Kan de filosofie daarin niet meegaan??

    _________________________
    aan Fons
     
     
    De vraag is gerechtvaardigd; is de stad het antwoord?? En is de stad niet zelf de illustratie van de vlucht.
     
    We hadden het gisteren over de stad en over het kiezen in de stad, en je had gelijk het is moeilijk kiezen in de stad om dat er zo veel te kiezen is en omdat je ook steeds weer moet kiezen. Maar het is toch een ander soort kiezen, esthetiek;  het is een soort kiezen uit oma's koekjes trommel. Het kiezen wat met ethiek te maken is meer het kiezen van richting en daar in verder gaan, en de boer hij ploegde voort.
    slaap lekker
    Albert
    __________________________
    aan Albert,
     
    Het kiezen in de stad is puur overleven, mentaal. Er is geen vanzelfsprekendheid in de overlevering. Er is geen stabiele structuur van het dorpshuis, de kroeg en de vaste buren. Je moet je weg maken,je kring, je contacten en je definities van de stad, anders wordt je gek.  
    In het dorp kan je meegaan met de levensdeining die er al is. Zeker als je er bent geboren en getogen. Natuurlijk is de speelruimte wel veel kleiner, je moet meedoen in de structuur, anders lig je er eerder uit. Een ander overleven dus, welicht meer op oude codes.  
    Het is voor mij ongerijmd dat het dorp de plek van de ethiek zou zijn en de stad de plek van de esthetiek. Zou ook wel erg toevallig zijn. en bovendien een somber wereldbeeld, want de stad groeit overal aan.
    Je kan je afvragen waar de ethiek van de Verlichting zich met name vanuit ontwikkelde. ik denk niet vanuit de dorpen. Wel misschien gedeeltelijk vanuit een moraal en de codes van de dorpen van vroeger. Zoals bijvoorbeeld anarchisme ook zijn sterk agrarische wortels heeft. 
    Koektrommeltjes klinkt flink, maar werk dat eens verder uit. Ik voel me natuurlijk aangesproken, dat begrijp je; ik ben een hartstochtelijk stadsdier.
    slaap lekker,
    fons  
           
    _____________________________
    Aan Fons,
    Ja, misschien ben ik zelf meer een boer!!
    Maar ik denk dat het allemaal tot een beweging behoort, een soort golfslag, waarbij de stad en het dorp beide illustraties zijn van de verschillen. Het gaat er ook niet om of het ene of het andere goed is, meer om ze te zien en te onderkennen welke betekenis ze kunnen hebben in een verdere ontwikkeling. Want dat de stad overal aan groeit is niet iets wat ons overkomt, maar een duidelijke keus vanuit hoe wij nu met elkaar leven, voornamelijk als economische wezens. Wij zijn voornamelijk consumenten.
    Waar ik wel benieuwd naar ben wat dan de ethiek van de stad is? Ik bedoel, natuurlijk is er ethiek in de stad, maar niet één, ook daar moet/kun je weer in kiezen. Het beleven van de stad als overleven is is een subjectief gegeven, zo kun je het dorp ook beleven. Van belang is misschien meer waarom de verschillen ons zo aantrekken en afstoten en waarom we die beweging nodig hebben.
    groetjes,
    albert
    __________________________
    Aan Albert
    Zo wordt het inderdaad productiever en interessanter voor ons. Ik neem even de tijd op deze mail.
    Vindt je het goed als ik de discussie op mijn blog zet, op www.heijnsbroek.nl? Kunnen anderen zich invoegen. Kan dan ook Herman hierop attenderen.
    Ik zou graag het verband met het maken van kunst erin willen krijgen/brengen. Ik zal daarover ook denken.
    fijne dag,
    Fons
    ___________________________
    Aan Albert,
     
    Dan wordt het inderdaad vruchtbaarder als we het hebben over de stad en het land in ons, zoals we gisteren bij het bier tegen mekaar zeiden. Dat we bijv de seizoenen door ons heen voelen gaan, ook als stadsmens.
     
    Ik moet denken aan een boekje van Charles Vergeer, daar beschrijft ie in hoe het allervroegste christendom zich verspreidde over KleinAzië en Griekenland:  over het land dus. En dat het met name Paulus was die het omzette naar de stad, Rome, om het aldaar toegankelijk te maken. Veel passages uit het Niewwe Testament schijnen daarop uitgewerkt te zijn o.a. de figuur van de Romeinse officier aan het kruis en ook de verwoesting van de tempel (de geheime Joodse attibuten van het Heilige der Heilige, werden in Rome in een triomftocht meegerdragen door de straten zoals bij elke overwinning. En misschien wel de Kruisiging zelf werd daar benadrukt als bekend gegeven. 
     
    Ik bedoel, het kan zijn dat in het verleden vaker in de overgang van land naar stad allerlei ethiek werd omgezet in 'stadse' termen. In de Chinese film over het Chinese pretpark The World, was het ook schitterend te zien dat allerlei verantwoordelijheidsgevoel vanuit de dorpen door de werkers in The World en in de stad Peking werd voortgezet, maar niet voldeed natuurlijk omdat de situatie daar zo anders was. Iemand vergokte zijn geld en zat zo vast die ie zich van kant maakte. Zijn dorpsgenoten voelden zich diepschuldig en maakten elkaar verwijten dat niemand het gemerkt had. 
    Waarschijnlijk is het toch zo dat door het stadsleven het individualisme is ontstaan en daarmee het inernaliseren van de normen? Mijn grootmoeder kwam van Goeree Overflakkee en trok naar Rotterdam waar mijn moeder is groot geworden. ze waren zeer godsdienstig, katholiek natuurlijk en sloten zich in het grote heidense Rotterdam in dat geloof op. Nu heeft mijn moeder nog eenzelfde sterk godsdienstig gevoel, maar ongelofelijk los en open. Het is intern geworden, ze heeft haar directe contact met God, waar geen priester meer tussen komt. en haar taak waarom ze hier op de wereld is, daar komt niemand tussen.
    Misschien is dat de ethiek van de stad wel, dat, omdat je daar voortdurend moet kiezen, je bijna gedwongen bent om te internaliseren. Daar kan je natuurlijk ook weer gemakkelijk aan ontsnappen: het extreme structuralisme doet dat, die komt weer terecht in een zelf geschapen woud van ethische mogelijkheden. en wellicht ook New Age, als half stadse ethiek en semi-religie. Er is geen bodem meer in die soorten van denken. 
     
    Het is daarin werkelijk ongelofelijk waardevol dat we Levinas zijn denken ( en dat van Heidegger daaronder) zijn tegengekomen. Daar kunnen we jaren mee voort, om het naar onze eigen kunsten maken voort te zetten. Ik merk wel dat hij ook gemakkelijk geannexeerd kan worden door cultuurpessimisten die hun hoge lat hebben gelegd ( eigenlijk dus hun zwaard) en dat veroordelen van veel cultuur makkelijk illustreren via Levinas. Maar goed, ook dat is leerzaam. Zijn tekst: De werkelijkheid en haar schaduw van Levinas is een prachttekst hierin. Ik zal het opzoeken voor je en bestellen.
    Fons

     

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 1250 keer bekeken

  • Alweer die 'duivelse' esthetica

    21 april 2008

    Alweer die 'duivelse' esthetica  

                                      

     

    De laatste weken achtervolgt het vraagstuk van de esthetica me. Het is goed dat de vanzelfsprekendheid eruit loopt. Eerst door Levinas, nu weer door Asger Jorn. Ook Jorn kwam ik de afgelopen weken al een paar keer tegen; in de benedenzaal van het Cobramuseum hingen twee schilderijtjes die allebei gelijk opgingen met de grote jazz-doeken boven van Appel. ik zag er diezelfde  ongelofelijke associatie-vrijheid in. En  bovendien, ze zijn intiemer dan de doeken van Appel, hebben in onderwerp vaak meer gerichtheid. Die combinatie is uniek, misschien verworven door zijn vele overschilderingen die hij heeft gemaakt van andere schilderijen? 

    Gisteren kwam ik dus bij oude vriend Paul Werner een boek over Jorn in de boekenkast tegen. En leende het boek, op zoek naar citaten om op Wikiquote te plaatsen: de kunst van binnen-uit. De werken van Jorn troffen me diep. Bijvoorbeeld een advies van Jorn aan Alechinsky: Asger Jorn aan Alechinsky: Als je iets toevoegt aan een schilderij, doe het dan nooit vanuit esthetische redenen. Doe het alleen vanuit redenen van expressie. Alechinsky: Een advies dat zich voor mij wel honderden keren heeft bewezen op te gaan.

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 3785 keer bekeken

  • Levinas zijn denken als middel tot toetsen van mijn eigen kunst

    18 april 2008

    Levinas zijn denken als middel tot toetsen van mijn eigen kunst


     Levinas is tot nu toe de enige door mij gevonden moderne filosoof die een stevig wantrouwende verhouding heeft tot de moderne beeldende kunst, met name tot het surrealisme en de abstracte kunst. Ik kan zijn kritiek nog niet beeldend volgen, wel herken ik zijn bezwaar tegen het te vanzelfsprekende leunen op het gebruik van het toeval of van het onbewuste, om zo het bewuste Ik te ontlopen en daardoor veel moois, dieps en goeds te ontdekken. ik herken in zijn argwaan dat de beeldend kunstenaar zich erg gemakkelijk hierin laat meedrijven en dat zijn of haar werk daarmee erg onbewust blijft. De zeef van de persoon zelf valt weg. Het geeft bovendien een gemis aan innerlijkheid, aan menselijke intimiteit. 

    Aan de andere kant is Levina's zijnsgrond (alles wat er is: de dingen en denkbeelden, fantasieën) wel bij voorbaat erg negatief, als ik hem goed begrijp. Heidegger is daar positiever in, maar bij Heidegger valt weer de moraal geheel weg door het zware beroep op de dingmatige wereld.  Terecht daarom dat Levinas het bezwaar maakt dat de op het onbewuste of op het toeval gebaseerde kunst alleen maar die koude, ongenaakbare zijnsgrond kan herhalen en uitbreidt; deze koude grond wordt niet vermenselijkt door het ontbreken van de herkenning van de Ander(e mens) daarin. 

    Ik vind dit een uitdagende kritiek van Levinas, temeer daar ik zelf met name abstracte kunst maak en juist ook de beweging en het onbewuste daarvan gebruik om tot beeld te komen. Dat ervaar ik trouwens ook als een groot goed; ik ervaar en beschouw het wel degelijk als een vehicle waarmee we kunnen putten uit de bron.
    Maar dan.... Is alleen het weergeven, het neerzetten daarvan voldoende? En zo niet, vanwaaruit bewerk je het dan zonder weer teveel het fixerende bewuste en de logica erin te leggen? Vragen!

    Door weer in de citaten van voorgaande kunstenaars uit de abstracte kunst te duiken ontdek ik trouwens hoe overdonderend sterk men in de jaren 1950- 1970 bezig was om het Ik uit te willen schakelen, en daarmee de bepaling en beperking van het bewuste. Het is al te zien in het oudere surrealisme - zowel figuratief, maar vooral abstract -, maar het zet zich bijvoorbeeld via Masson en via Max Ernst (het blikje verf met gaatjes) voort bij de abstract-expressionisten aan de andere kant van de oceaan, in de Nederlandse Nul-beweging en in Zero; overal is dat intense verlangen naar zuiverheid en essentie voelbaar, naast het diepe wantrouwen in de eigen persoon om de essentie te kunnen bereiken in de eigen kunst.
    (Zie als illustratie hiervoor bijvoorbeeld citaten van Jan Schoonhoven op Wikiquote:
    http://nl.wikiquote.org/wiki/Jan_Schoonhoven)

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 1228 keer bekeken

  • Esthetica en het vermenselijken van het kunstwerk

    16 april 2008

    Esthetica en het vermenselijken van het kunstwerk
                                                                                                                      ('brief aan Stijn', gouache 2008)

     - Het materiaal dat vraagt opgenomen te willen worden in mijn schilderen is rauw, willekeurig en anoniem. Maken is natuuurlijk allereerst samenhang maken. Maar daarmee is het anonieme nog niet bewerkt, misschien alleen esthetisch verzacht. En die vorm van esthetica wil ik de komende tijd onderzoeken. Ik zoek blijkbaar naar 'intimiteit' in het werk, die echter niet vanuit het esthetische voortkomt? En ik zoek naar waarachtigheid.




    -...

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 1509 keer bekeken