Fons Heijnsbroek - Levinas zijn denken als middel tot toetsen van mijn eigen kunst

Levinas zijn denken als middel tot toetsen van mijn eigen kunst

Levinas zijn denken als middel tot toetsen van mijn eigen kunst


 Levinas is tot nu toe de enige door mij gevonden moderne filosoof die een stevig wantrouwende verhouding heeft tot de moderne beeldende kunst, met name tot het surrealisme en de abstracte kunst. Ik kan zijn kritiek nog niet beeldend volgen, wel herken ik zijn bezwaar tegen het te vanzelfsprekende leunen op het gebruik van het toeval of van het onbewuste, om zo het bewuste Ik te ontlopen en daardoor veel moois, dieps en goeds te ontdekken. ik herken in zijn argwaan dat de beeldend kunstenaar zich erg gemakkelijk hierin laat meedrijven en dat zijn of haar werk daarmee erg onbewust blijft. De zeef van de persoon zelf valt weg. Het geeft bovendien een gemis aan innerlijkheid, aan menselijke intimiteit. 

Aan de andere kant is Levina's zijnsgrond (alles wat er is: de dingen en denkbeelden, fantasieën) wel bij voorbaat erg negatief, als ik hem goed begrijp. Heidegger is daar positiever in, maar bij Heidegger valt weer de moraal geheel weg door het zware beroep op de dingmatige wereld.  Terecht daarom dat Levinas het bezwaar maakt dat de op het onbewuste of op het toeval gebaseerde kunst alleen maar die koude, ongenaakbare zijnsgrond kan herhalen en uitbreidt; deze koude grond wordt niet vermenselijkt door het ontbreken van de herkenning van de Ander(e mens) daarin. 

Ik vind dit een uitdagende kritiek van Levinas, temeer daar ik zelf met name abstracte kunst maak en juist ook de beweging en het onbewuste daarvan gebruik om tot beeld te komen. Dat ervaar ik trouwens ook als een groot goed; ik ervaar en beschouw het wel degelijk als een vehicle waarmee we kunnen putten uit de bron.
Maar dan.... Is alleen het weergeven, het neerzetten daarvan voldoende? En zo niet, vanwaaruit bewerk je het dan zonder weer teveel het fixerende bewuste en de logica erin te leggen? Vragen!

Door weer in de citaten van voorgaande kunstenaars uit de abstracte kunst te duiken ontdek ik trouwens hoe overdonderend sterk men in de jaren 1950- 1970 bezig was om het Ik uit te willen schakelen, en daarmee de bepaling en beperking van het bewuste. Het is al te zien in het oudere surrealisme - zowel figuratief, maar vooral abstract -, maar het zet zich bijvoorbeeld via Masson en via Max Ernst (het blikje verf met gaatjes) voort bij de abstract-expressionisten aan de andere kant van de oceaan, in de Nederlandse Nul-beweging en in Zero; overal is dat intense verlangen naar zuiverheid en essentie voelbaar, naast het diepe wantrouwen in de eigen persoon om de essentie te kunnen bereiken in de eigen kunst.
(Zie als illustratie hiervoor bijvoorbeeld citaten van Jan Schoonhoven op Wikiquote:
http://nl.wikiquote.org/wiki/Jan_Schoonhoven)

Reageer op dit bericht