Fons Heijnsbroek - Denksels over kleuren, beeld en hand-schoenen

Denksels over kleuren, beeld en hand-schoenen

Denksels over kleuren, beeld en hand-schoenen
 
 
Ik wil dat de kleuren als het ware geen kleur meer zijn in mijn gouaches. Dat ze daar niet meer zo kunnen werken àls kleur. Dus er moet iets anders door hen heen komen, een andere kracht die ze bepaalt, waar ze aan ondergeschikt zijn. Ik weet niet goed hoe ik dat zeggen kan. Die ene gouache die zo lang op mijn kleine kamertje hing deed me telkens aan een Monet denken, een kruising tussen een korenschelf van hem en een schuurtje in de wei van hem, die hele late doeken van hem, in grauw groen en blauw met veel verflijnen en open doek, die in het Gemeentemuseum Den Haag hangt (soms!).
 
 
Het is niet langer een optie voor mij om de kleur zijn eigen vlak te geven, zijn eigen vorm, gebied, domein. Dat merken Ben en ik al tijdens ons gezamnelijke Benfo-schilderen; dat was voor een deel ook de inzet van Asger Jorn, zo herkenden we dit samen. Dus jist niet-Matiss en en niet-Picasso.  
 
Misschien moet ik die kleur wel helemaal vernietigen eerst, voordat ie opnieuw anders terug kan komen in mijn werk. Niet door zwart te gaan schilderen, dat is een wissel-truc! Daar verandert ie niet mee, komt terug zo gauw als ik het zwart weer weg legt. Eigenlijk meer zoals Monet deed, door zijn staar of slechte ogen wellicht, op latere leeftijd. Allerlei lijnen schreeuwen bij hem in een kleur, maar ze maken met elkaar geen kleur. In die zin is het schilderding kleurloos bij hem, dat ze elkaar als het ware opheffen in hun kleur-zijn. Dus kleur tegen kleur om ze uit te schakelen in hun kleurzijn. Maar waarom?
 
Die handschoen van Hans Lodeizen (oh vader,....de nacht als een handschoen uit en aan....). Wat is het als je een handschoen binnenstebuiten trekt? Dat was vorig jaar het eerste fysieke beeld wat ik kreeg bij het gedicht lezen (Aan mijn vader.., en wat voor een vader, wat heeft die man veel van zijn zoon gehouden!) Als je daar binnen in de handschoen zou wonen, wat een klap van onbeschermdheid, wat een naakt gevoel zou je dan ervaren, alsof je een slak bent zonder huis. En als je altijd al daarbuiten woonde? Dan lijkt het wel alsof je in het duister van de grot van Plato terugtuimelt! Nee dus, want je bent daar nooit eerder geweest. Het voelt wellicht eerder als een harnas waar je ineens in zit en dat je niet van je af krijgt. Of het je levend laten begraven zoals sommige boedhisten doen als proef?
Plato is gedaan, ze moeten die mythe eens en voor altijd onderuit halen. Er is niets achter de dingen……. Er is ook niets achter het beeld, of het doek, of het papier. Het schilderij is ook geen toegang tot, wat ik zo lang heb gehoopt en verlangd en gedacht, een deur tot…
 
Het beeld is zijn eigen zijn. Juist nu in onze moderne tijd die zich overstroomt met beeld. Er is niets virtueels aan, elk beeld waar dan ook, hoe dan ook, is er! In kranten, in glossies, op het scherm, gestoord of heel scherp, elk beeld is er, bestaat. Het beeld heeft niets in zich of achter zich. Natuurlijk voelt dat als een enorme verarming en roept het heimwee op en open vlakte-gevoel zonder paal.
Maar dan moeten we blijkbaar een zekere heroiek opbrengen. The challenge of the evolution!

Heel oud Europa staat in ons overeind en gilt als Munchs schreeuw! Het lijkt wel alsof elke theorie of filosofie over 'beeld' dwangmatig terug gaat naar: hoe het was om ons te bezweren; Alleen een Kierkegaard kon dat aan, gevoelsmatig, om in die lege vlakte van het niets even te wandelen, als alle beelden slechts beeld zijn...
 
Zo gauw je het hebt over het ‘’aura van het beeld’ ruikt het al naar heimwee. Zo gauw je het 'deconstrueert' misloop je het vraagstuk, want je schakelt slechts over van beeld naar taal. Dat doet ook Heidegger met de schoenen van Van Gogh, hij wisselt het beeld over, over naar het traject van de taal. De twee spoorrailsen na de wissel glimmen allebei even hard in de zon! Maar we zijn niet gek! Dat verwisselen zou hij niet hebben gedaan als hij bereid was geweest telkens weer in zijn taaldenken het beeld opnieuw beeld te laten zijn, maar dan wordt zijn theorie teveel gestoord. En hijzelf, wellicht??
 
Met schilderen ben je in het voordeel. Je wordt óók gestoord natuurlijk, maar omdat je zelf het beeld maakt kan je je daar tijdelijk aan vasthouden. Het is een tijdelijke reddingsboei, waarin je kan mee-evolueren. Het heeft ook iets fysieks, het is van aarde, maasr daar loert alweeer de heimwee wellicht. Niet het woord; het woord lijkt voortdurend bang voor zichzelf, telkens kijkt het om naar zichzelf, vertrouwt zich niet, is te dun, te doorzichtig. Een beeld is een beeld; je kan het verscheuren, afdekken, de pagina omslaan, maar altijd moet een mens eerst iets doen bij een beeld om daarop zijn relatie met dat beeld te kunnen verbreken. In die zin is het beeld betrouwbaar. Het woord is nooit helemaal af te dekken, het woekert voort, verandert zich voortdurend, vaak zonder dat je het zelf weet. En het woord is vaak dat deksel van het jampotje, om de in-houd af te schermen van het buiten, om de chemie uit te stellen van de dreigende chaos.

Het beeld doet dat ook natuurlijk, laten we het niet overdrijven. Maar blijft staan dat het beeld eerst door ons fysiek moet worden weggezet willen wij niet meer ermee in betrekking staan. Dat is toch het geheim van de tv; de moeite van het afwenden!? (Gelukkig heb ik geen geweldig fotografisch geheugen!)
 
PS: bij het zoeken naar citaten kwam ik een opmerking van Willem de Kooning tegen: 'het schilderen van de figuur (Women) heeft alleen zin als dat binnenste buiten gebeurt. Hij gaat zo een stap verder dan Soutine, niet op de huid en vervolgens door de huid van buiten naar binnen kijken, maar van binnen naar buiten!

Sukey

1 juli 2011

Holy concise data btaman. Lol!


Reageer op dit bericht