Moderne portretten moeten transparant zijn
Moderne portretten moeten transparant zijn
Al een tijdje zit ik te broeden op het idee 'portet'. Hoe kan een portret zo zijn dat het innerlijk - wat dat dan ook is - uiterlijk zichtbaar wordt? Ik heb die pogingen al jaren geleden voor mezelf onderkend bij de schilders Lovis Corinth (met name zijn onbarmhartige zelfportretten) en bij de portetten van Chaim Soutine. Met name bij Soutine was het voor mij zo zichtbaar hoe hij het vlees onder de huid tilde en als het ware er bovenop legde. Het is meer vlees en orgaan waar je naar kijk als naar huid. Dat heeft Willem de Kooning ongetwijfeld sterk geïnspireerd en bemoedigd bij het langdurige schilderen aan zijn eerste Woman. Hoewel hij daar wat mij betreft ook iets laat liggen, door de gekleurde agressie die in het portret wordt ingetoomd. Soutine is milder, nieuwsgieriger en meedogender. Wellicht kan hij daardoor meer afstand nemen?
Ik heb voortdurend de sensatie dat ik bij zijn portretten 'erdoorheen' kijk. Veel meer en veel emotioneler dan bij de cubisten die toch een vergelijkbare optie hadden. Het lijkt alsof de cubisten meer de verschillende kijkrichtingen van het omcirkelen van de buitenkant van een persoon hebben beschreven. Er ontstaat daardoor wel een interne transparantie, een zekere openheid, maar die is dan losgezongen van de persoon zelf. Is een ding op zich geworden. Bij visuele analyse is er altijd verlies, dat hebben de impressionsiten gemerkt en dat wordt door de cubisten - met een andere theorie weliswaar -herhaald.
Lucien Freud zijn doeken zijn eigenlijk ouderwets, vaak stopverf. Want zelfs de zo dunne huid wordt gereduceerd tot verf. De persoon is vaak weg. Is dat een herhaling van de psycho-analyse van zijn grootvader, die echter een stuk barmhartiger was? Analyse is snijden is afstand nemen. Wat Soutine doet is tegenovergesteld, hij kruipt er juist in. Hij kruipt in de persoon, niet om hem of haar van binnenuit op te vreten, maar meer om het binnenste naar buiten te keren. Zo heb ik dat altijd al ervaren. En daarom vind ik zijn portretten een kerrpunt in de geschiedenis van de portretkunst; hij gaat erin. En juist met het portet lijkt dat veel lastiger te zijn dan met het landschap. Ik heb me altijd verwonderdc over het verschil in transparante tussen de landschappen en de portretten van Corot. De laatste zijn dicht, hoewel razned mooi geschilderd. en zijn landschappen lijken als vanzelf open te waaiten, willen gewoon niet dicht gaan. Overal is adem en doorkijk.
Ik kwam laatst een aantal citaten tegen van Jean Dubuffet over zijn benadering van portret schilderen en heb die geplaatst op:http://www.quotes-famous-artists.org/jean-dubuffet-famous-quotes Bij hem ligt er de optie om een portet zo te schilderen dat ook de omgeving daarin wordt opgenomen. Het radicale daarvan trof me. Hij laat daarbij los om een specifiek persoonlijk portret te willen / kunnen maken; het portret wordt juist algemeen, zonder echter abstract te worden in beeldtaal. En hij kroop dicht tegen zijn modellen - goede vrienden o.a. - aan, gebruikte details, maar weigerde tegelijkertijd een persoonlijk portret te maken.
Een portret maken staat bijna nooit los van de vraag van de geportretteerde, ook al is die vraag niet luidop. De vraag is eigenlijk een gebod: maak mij tot een persoon! Geef mij contouren, laat me niet oplossen in mijn omgeving, laat me niet oplossen in mezelf. Het is een gebod en het zijn hevige emoties vanuit een hartstochteliojk concept dat we als mens een vaste identiteit moweten hebben, een vaste grens moeten hebben, solide moeten zijn.
![]()
Maar wat als we ons vanuit een andere optiek kunnen benaderen? Dat we juist open en transparant zijn? Een soort van Barbapappa, direct reagerend op de omgeving die zich op allerlei manieren aandient. Daarin vind ik Peter Sloterdijk inspirerend, een soort van moderne Freud. Hij stelt dat je gewoon niet meer kan inzoomen op die vaste solide en geïsoleerde persoon. En dan neemt hij niet eens mee dat steeds meer van ons ik in de vorm van straling, ether communiceert. Zelfs een aantal heel intense contqacten worden en zijn ether, we zien de vrienden van Hyves misschien nooit in levende lijve. En toich zijn ze razend belangrijk voor onze identiteit.
In 2006 / 2007 heb ik een aantal acrylschetsen gemaakt op papier waarin ik mezelf als het ware scande. Tijdens het schilderen wist ik zeker dat ik mezelf - in beeld - beschreef. Zoals bij onderstaande:

Ik zie deze schilderingen als moderne zelfportretten, die ieder op een ander moment mezelf hebben waargenomen. Dat gaat niet heel bewust, en dat lijkt ook niet helemaal op eigen kracht te gaan. Natuurlijk zet mijn eigen schilderen zich erin door, maar de gerichtheid is niet van mij afkomstig. Ik vind dat zelf vreemd en vul het ook niet verder in, want dan worden de speculaties me te wazig.
Ik constateer slechts en wil het daarbij houden. Ik hoop in de komende maanden andere mensen te portretteren, mensen van dichtbij, zodat ik daar een emotionele band mee heb en niet te makkelijk kan wegglijden naar objectiviteit door distantie. Ik moet er juist bot bovenop staan. Zoals we met Benfo de laatste 6 Benfo-schilderijen in de St Pierre in Avallon hebben geschilderd, afgelopen mei 2009. Bot op het doek blijven en geen stap naar achteren gaan. en blijven schilderne totdat het beeld kompleet is of dat je het gewoon tijdelijk moet wegleggen.