Fons Heijnsbroek - Kleur in het werk van Daan Lemaire

Kleur in het werk van Daan Lemaire

Kleur in het werk van Daan Lemaire


gouache van Daan Lemaire, 2010


Omdat er nu (juni 2009) een serie nieuwe glassculpturen van Daan Lemaire in de Orangerie-expositie stond, viel het me des te meer op dat zijn laatst gemaakte glas-sculptuur een ding apart was. Het zat in de behandeling van de afzonderlijke kleurenvlakken; ze waren niet langer onderling verbonden, verweven zoals hij tot voor kort deed, zowel in zijn glaskunst als zijn gouaches. 
 De vlakken bestonden op zichzelf, en het beeld is een optelling daarvan.
 

Daan Lemaire is van zichzelf vrij zacht en subtiel in zijn kleurplaatsing. Er is altijd een fijzinnig verweven van de kleurvlakken of -spatten, waardoor er totale atmosferen ontstaan in zijn werken, zonder afzonderlijk bestaande compartimenten of vormen. Wel is er in zijn kunst veel verschil in diepte, dat door de verweven kleurstelling des te onverwachter (maar dan ook heel duidelijk!) zichtbaar  wordt bij het kijken. Een soort van visuele valluiken, zoals je ook in wolkpartijen kan zien, maar bij Lemaire verassender, onverwachtser. Het is een merkwaardige tegenstelling van zijn gouaches uit de laatste jaren: subtiele kleurhantering en daardoor des te feller erdoorheen vallen, als je eenmaal valt.

Ik vraag me vaak af hoe hij dat doet. Hij neemt veel tijd en laat een gouache groeien. Hij werkt vaak zo dat de nieuwe spatten of vegen die hij op het papier werpt of brengt,  in gaan zakken in de al bestaande verf. Met gouache is dat gemakkerlijk; het is bij uitstek de verf die enigszins 'insmelt', zowel in papier als in de al bestaande verflagen. Dat smelten heeft nadelen en voordelen. Je bereikt er gauw een impressionisme mee, een verweving van de kleur en daarmee een sterk atmosferisch effect. Onze ogen zijn natuurlijk ondertussen gewend aan de radicale kleurbreking van het impressionisme!! Des te harder is de pijn en visuele gemis als die ontstane sfeer in een schildering  alleen maar om zichzelf bestaat en verder niets. Die alsmaar uitdijt en uitstrekt als een eindeloos wolkendek, tot de rand wordt bereikt van het passepartout. Er is dan veel veel verlies van dynamiek, want hoe je het wendt of keert, dynamiek ontstaat pas op basis van verschil en contrast.
 
Daan Lemaire heeft verschillende - heel eigen - antwoorden op dit probleem dat hij wel degelijk onderrkent, zowel in zijn glaskunst (glasfusion, dus in elkaar smeltend glas met hun kleur) als in zijn gouaches. Hij trekt de kleuren bewust uit elkaar. Hij zet de kleurvlakken tegen elkaar in, maar wel subtiel, delicaat. De bovenliggende kleur blauwgroen steekt bijvoorbeeld  duidelijk tegen het onderliggende citroengeel af, maar neemt  toch iets van dat geel in zich op. Er ontstaat zo een veld van fellere contrasten; er ontstaan zo ook opdelingen in kleurcentra. Als die er niet zouden zijn zouden de kleurverschillen volledig worden gedemocratiseerd en geeft de gouache daarmee een wee gevoel aan onze ogen. 

Daarnaast buit Daan Lemaire de diepte-suggesties uit; het afwisselend vallen in en stuiteren op en tegen de kleurvlakjes, met onze ogen. In die zin heeft  Daan Lemaire veel verwantschap met de schilderijen van mijn schildersvriend Herman van de Poll,  - ook trouwens in dat ongelofelijke vergaande vermogen tot subtiel doseren van de kleurtoon-verschillen -.


Ik ben een brute schilder, ik zou met mijn eigen schilderen verdwalen in zoveel subtiliteit, maar daarom kan ik het bij hen twee wel degelijk zien en ervaren. Je krijgt met hun intense diepte-verschillen een aquarium-effect: je ogen worden tijdens het kijken als een vis die door alle plantenbladen, openingen en kleine gaten zijn weg dient te bepalen om veilig te zwemmen. Deze twee schilders dwingen aldus om de kijkende ogen op scherp te zetten; je alertheid groeit met en door het kijken, en langzaam maar zeker worden ze gewend aan de taal van het geschilderde.
 Je moet zo bij hun werk voordurend in en tijdens het kijken je route bepalen, dat isde waarde van de dosering/dieptewerking in hun schilderen.

Daan Lemaire gaat nog een stap verder. Als hij al de kleuren uit elkaar trekt (en ook hij kent de inspiratie van Monets late werken daarin, zei hij me) dan nog komt er een voor hem daarna noodzakelijke tegenbeweging om de vlakken opnieuw onderling weer te verbinden. Niet meer tonaaal maar meerr door vlechtwerk, hechtingen, toevallig lijkende verfweefsels die door de afzonderlijke kleurvelden heen gaan als terloopse riviertjes. Maar bij Daan is niets terloops! Alleen het schilderproces is terloops, het verloop, maar niet wat er visueel op het papier verschijnt. Het is aoslof hij met dunne nietjes de aparte velden (en die zijn bij hem dus al niet apart, zijn al in eerste instantie verweven met de kleur) aan elkaar niet. En er zo een nieuw weefsel ontstaat. ook in zijn glasfusionbeelden zijn deze zichtbaar, de laater op gelegde glaslijntjes die zich door de kleurvelden heen kronkelen en bewegen, zonder richting maar met veel verbinding. 

Het laatst gemaakte glasbeeld is een breuk op dit soort werk wat ik heb beschreven, en op de onderlinge binding daarin. Want dit laatste beeld heeft een optelling van bijna snoepgoed-achtige kleuren. Het is onduidelijk waardoor ze bij elkaar horen, behalve dat ze in het beeld bij elkaar opgesloten zitten en zich tegen elkaar afzetten in die duidelijk begrensde ruimte. Daan zei dat ook zijn meest recente gouaches zo zijn opgebouwd, en ik ben dus erg nioeuwsgierig om ze te zien.          

 
     

Reageer op dit bericht